maandag 18 november 2019

Nee hé, regen!



Midden in de foto de geblokkeerde tunnel

Vanuit Garachio vervolgen we onze rondrit richting Punta de Teno, alleen komen we daar nooit aan. Dat kan mevrouw niet helpen, de enige weg naar deze landpunt loopt door een tunnel. Deze tunnel is door onbekende redenen, met ons Spaans komen we niet verder dan Allo, dicht. Geen doorgang dus ook geen pittoreske vuurtoren. We vertellen mevrouw dat we terug naar het hotel willen. Waarbij we haar niet helemaal slaafs volgen in de aanwijzingen. Ze is immers onbekend met de rijksweg die vanaf Santiago del Teide naar Adeje leidt. Maar zo ver zijn we nog lang niet.



We volgen de TF-436 die vanaf de noorden parallel aan de westkust naar het zuiden loopt. Dit is echter geen rechte strakke weg, via menig haarspeldbocht komen we steeds hoger. Door dorpjes als El Palmar, Las Portelas en Casa la Vica slingert de weg door bergen. Maar dan gebeurd hetgeen we eigenlijk helemaal niet willen: ik moet op zoek naar de hendel van de ruitenwisser. Soms zacht en dan weer hard valt er voor het eiland goddelijke water naar beneden. Maar daar zitten wij helemaal niet op te wachten. We komen hier voor het mooie weer! Maar ook nu geldt dat ieder nadeel een voordeel heeft. Ruiten schoon en mooie sfeervolle plaatjes.




Eenmaal terug op de rijksweg rijden we niet direct door naar het hotel maar nemen we nog de afslag Los Gigantos. Het is na vijf uur dus in ons hoofd etenstijd. Gelukkig zijn de restaurants hier niet pas om half zeven of later open. We zijn in een vissersplaatsje dus we gaan lekker vis eten.






Tot slot even een hele kort ander onderwerp. Ooit een walrus met een zwembroek aan gezien? Nou, ik wel. Terwijl ik deze blog schrijf aan de rand van het zwembad ligt er een hier op een stretcher vlak naast me. Greenpeace, kunnen jullie deze even terug de zee in slepen?

zaterdag 16 november 2019

Off Road




Tenerife is onderdeel van Spanje hetgeen betekent dat het bij Europa hoort. Dat heeft een aantal voordelen zoals overal internet binnen je eigen bundel, je kunt er met de Euro betalen (Spanje is een euroland) en mijn navigatie heeft alle Europese landen in zich dus ook Tenerife. Ter voorbereiding heb ik thuis al een paar adressen ingevoerd maar hier heb ik ook ter plaatse nog andere adressen aan toegevoegd. Zo ook een paar plaatsen voor een rondrit door het Noordwesten van het eiland.

De eerst plaats op de route is Santiago del Teide. Op het vliegveld hebben we een kaartje van het eiland gekregen en op deze kaart zien we de rijksweg TF-1 mooi tot deze plaats doorlopen. Deze rijksweg ligt als een soort rondweg om het eiland heen waarbij driekwart van het eiland via deze weg bereikt kan worden. Ik heb de navigatie op deze plaats ingesteld en de eerste 10-tal kilometers is de mevrouw van de navigatie het wel met mijn gekozen weg eens. Maar een kilometer of 20 ten noorden van Adeje begint mevrouw te sputteren. Voor ons ligt een mooie strakke, licht glooiende 2-baans weg maar mevrouw roept dat we off road rijden en we vooral moeten keren. We negeren haar maar even, maar ze laat zich niet zo snel aan de kant schuiven. Waarbij ze echter op ‘Keren’ netjes ‘Alstublieft’ laat volgen. Pas als de rijksweg stopt (waarschijnlijk is het geld om verder te bouwen op) en we op een oudere weg terecht komen past onze rijrichting bij de instructies van mevrouw.



Gelukkig is ze niet beledigd en volgen haar instructies om door te rijden naar Icod de Los Vinos. We passeren dorpjes en gehuchten met mooie namen als Erjos, La Terra del Trigo en El Tanque. We parkeren in Icod omdat hier volgens onze ANWB reisgids een bijzondere boom staat: El Drago. El Drago is een bejaarde onder de Tenerifse bomen, al meer dan zeshonderd jaar staat deze Drachaena drago midden in het dorp. De bast van deze drakenbloemboom lijkt wel een een oud gerimpeld mannetje. We staan er niet alleen, ondanks dat het november is kom je overal voldoende toeristen tegen. Gelukkig geen hele hordes maar we lopen nergens moederziel met zijn tweetjes.

El Drago



Na het bekijken van de boom dwalen we nog een beetje door het stadje en zoeken daarna de auto weer op. Mevrouw van de navigatie, graag de route naar Garachio. Mevrouw navigeert ons door smalle straatjes naar de volgende bestemming. Garachio ligt direct aan de kust en dat is goed te merken. Reden we vanmorgen met volop zon weg, hier is het anders. Zwaarbewolkt met een harde wind. De Atlantische oceaan doet zijn best het eiland een beetje kleiner te maken. Hoge golven knallen op de harde kust, het levert mooie plaatjes op.

Behalve dit is het dorpje verder niet al te spectaculair. Een kerkje met klein museum, een dorpsplein en smalle straatjes. Leuk om ook hier wat rond te wandelen en dan weer verder.









Mevrouw, de volgende bestemming is Punta de Teno.

zaterdag 9 november 2019

Isla Canarias

Tenerife is een van de zeven grotere eilanden die samen mer nog zes kleinere eilanden de autoname Spaanse regio Isla Canarias, bij ons beter bekend als de Canarische eilanden, vormt. Ik weet niet wat jullie dachten maar ik was altijd in de veronderstelling dat de naam Canarische eilanden zijn oorsprong heeft in de kanarie, dat leuke veelkleurige zangvogeltje. In die veronderstelling was ik dan ook hoogst verbaasd dat ik in verschillende souvenierwinkels prullaria tegen kwam met een papagaai erop, nergens iets met een kanarie. Liggend in de zon besloot ik mijn algemene kennis van de wereld eens met wat wikepedia wijsheid uit te breiden.

Uitzicht vanaf ons hotel, 188 meter boven zeeniveau *)


De naam Canarische Eilanden lijkt afgeleid van het Latijnse Canariae Insulae, wat hondeneilanden betekent. Oorspronkelijk werd deze naam alleen voor Gran Canaria gebruikt. Wanneer en waarom later alle eilanden deze naam gekregen hebben is niet bekend. Er zijn drie mogelijke redenen waarom de eilanden Hondeneilanden genoemd worden.
- er liepen veel grote honden op het eiland rond
- met honden worden se zeehonden bedoelt die vroeger rondom de eilanden veel voorkwamen
- de oorspronkelijke bewoners, Guanchen, de hond als een heilig dier beschouwden

Welke verklaring er ook is, één ding staat wel vast: de eilanden zijn niet naar de zangvogel genoemd. De Senerius canaria is juist in 1758 door de botanicus Linnaeus op de eilandengroep ontdekt daarom heeft het vogeltje de ‘roepnaam’ kanarie gekregen.

*) van 0 naar 188 meter in een wandeling van 2,26 km  is best wel een behoorlijke kuitenbijter. Dat geeft een gemiddelde stijging van 12%.

Het Zuidwesten waar Adeje ligt is vooral  kaal en droog

In de volgende blog gaan we het eiland  met onze Toyota Yaris hybride automaat, gehuurd voor een week voor maar € 137,00 (kilometers vrij), verkennen. En dan komen we op hele mooie plekjes.

vrijdag 8 november 2019

Een gebroken belofte

Het is alweer ruim een jaar geleden dat ik mijn blog-typemachine op tafel zetten om jullie mee te nemen op reis. Genoot ik in de vorige blog van de Griekse zon, dit keer wil ik jullie meenemen op een korte trip naar de zon. Een weekje lekker onthaasten in warm lenteachtig weer. En om dat weer te vinden zijn we op het vliegtuig (ik heb geen last van vliegschaamte) gestapt, hebben de piloot gezegd waar we heen wilden en ruim viereneenhalf uur later zijn we op de plaats van bestemming. Even de huurauto opgehaald en door naar ons hotel.


Het is even voor zes uur en de zon maakt aanstalten om zich achter de horizon terug te trekken. Het wordt dan ook tijd on jullie wat meer te vertellen waar ik, samen met Annemiek, geland ben. We zitten in het KN Panoramica Hotel in Adeje, Tenerife. Tenerife is een van de Canarische eilanden en is onderdeel van Spanje, dus Europa hetgeen voor het internetten het allemaal lekker makkelijk maakt.

We zitten dus in Spanje en daar mee kom ik meteen op de titel van de eerste blog van deze Tenerife-serie. Ja, ik ga jullie in woord en beeld de komende paar weekjes weer een beetje spammen. Terug naar de titel, daarvoor moeten we een heel ver terug in de tijd, in de pre-internetperiode waar alleen sterke mensen een mobiel konden dragen. In 1986 zeiden Annemiek en ik volmondig ‘Ja, ik wil’ tegen elkaar en daar hoort, vonden wij, een huwelijksreis bij. Jong en onervaren als wij waren besloten we een weekje zon te boeken aan de Spaanse Costa del Sol. In Salou verbleven we een week in een hotel. De gegarandeerde zon in  september resulteerde in veel bewolking, avonden met onweer (hele stad en dus ook hotel zonder stroom) en opdringerige obers bij het avondeten. Natuurlijk hadden we elkaar maar leuk was het niet echt. Gelukkig was deze valse start van ons huwelijk niet representatief voor ons verder leven samen. Tot nu toe hebben we het ontzettend goed met elkaar. Na deze sepert heb ik vooral aan mijzelf belooft niet meer naar Spanje te gaan. En zie hier, zit ik op een balkon naar de ondergaande zon te kijken terwijl om mij heen Spanjaarden en Spanjaardinnen druk voor ons aan het werk zijn om ons verblijf onder de Spaanse zon zo aangenaam mogelijk te maken. De jaren hebben me blijkbaar milder gemaakt en tot nu toe verloopt het allemaal bijzonder lekker. Tijd om wat te gaan eten. De volgende blog neem ik jullie mee het eiland op.


zondag 12 augustus 2018

Wat ons is opgevallen



In negen dagen krijg je natuurlijk maar een heel beperkt inzicht in een land en zijn bewoners. Zeker als je dan ook nog op een plaats bent waarbij alle bewoners op een of andere manier iets met toerisme te maken hebben. Dan is de gewone man (of vrouw) ver te zoeken. Maar desondanks zijn ons wel een paar dingen opgevallen, die ik in deze laatste blog van deze serie met jullie wil delen. Doe er je voordeel mee als je ooit een keer op Kos belandt.
  • hitte-protocollen kennen ze hier niet. Niets geen code geel of oranje. Gewoon je gemak houden op het warmst van de dag. Dat wij, samen met vele andere toeristen, als een stel malloten door het stadje lopen terwijl de meeste Grieken ‘siësta’ houden daar kijkt de Griek al niet meer van op.
  • De natuur lijkt wel moe en futloos te zijn van de lange periode van droogte. Af en toe wordt er wel gesproeid maar de meeste natuur is dor. Zelfs de bladeren van de palmbomen hangen slap.
  • Het is een rotzooi buiten de stad. In de stad zelf wordt veel schoongemaakt. Kom je echter buiten de stad dan lijkt de Griek zijn land als een grote prullenbak te gebruiken. Ik dacht dat ik in Oeganda wel een beetje het dieptepunt had gezien maar de Grieken doen hard hun best om Oeganda bij te houden. Ik begrijp dat het land nog steeds in een crisis zit maar wat heeft een crisis te maken met het feit dat je overal waar je rijdt of loopt (dat zie je hier zelden) ligt rotzooi. Plastic flesjes, zakjes en alles wat ze niet meer nodig hebben lijkt achteloos ergens neergegooid te worden. Samen met de droogte geeft dit een niet al te fraai beeld van het eiland. In iedere winkel waar je iets koopt wordt alles in een plastic tasje gedaan. De bakker waar ik ‘s ochtends een brood kocht was gewoon verbaasd dat ik een eigen tas bij me had. Het zijn wel flut tasjes net zoals je in Nederland op de markt kunt krijgen, maar toch. Het helpt niet echt mee om een schoner eiland te krijgen.
  • Aan de ander kant is het water rondom Kos behoorlijk helder en spoelt er nagenoeg geen rotzooi aan. Ook de stranden bij de paviljoens zijn keurig schoon, er is dus wel een soort besef dat troep niet goed is. Niet voor het milieu maar ook niet voor de eigen portemonnee.
  • De Griek is vriendelijk en behandelt je echt als een gast. Ze proberen het je naar je zin te maken, te overtuigen om bij hun aan tafel (in een restaurant natuurlijk) te komen eten zonder dat ze hierbij opdringerig zijn.
  • Gebruikt wc-papier spoel je hier niet door het toilet. Na gebruik wordt dit in een pedaalemmertje gegooid. Het rioleringssysteem is niet gebouwd om naast menselijke afvalproducten ook papier te verwerken.
  • In folders wordt Kos als een eiland neergezet waar je goed kunt fietsen. In Kos-stad struikel je over de fiets-, scooters-, en buggyverhuur dus aan vervoersmiddelen geen gebrek, wel aan fatsoenlijke fietspaden. Er ligt wel een paar kilometer rood asfalt in de stad zelf maar die sluiten niet op elkaar aan. Fiets je op het ene moment op een fietspad, gaat dit op eens over op een stoep. 100 meter verder gaat het rode asfalt dan weer verder. Eenmaal buiten de stad zijn er helemaal geen fietspaden te bekennen en moet je je mengen in voorbij racende auto’s en touringcars.
  • De gemiddelde Griek is een iets wat impulsieve verkeersdeelnemer die het niet al te nauw neemt met regels. Probeer je bij een zebrapad veilig over te steken dan moet je wachten tot er een toerist in een huurauto langs komt. Die stoppen meestal wel, een Griek stopt bij een zebrapad niet. 
  • Verkeer op een rotonde moet verkeer wat de rotonde op wil rijden voorrang geven. Raar maar waar.
  • Ook een opmerkelijk punt, al kan de Griek daar zelf niets aan doen, is dat je een fietspad vaak moet delen met onnozele lopende toeristen die het begrip Fietspad helemaal niet kennen. En dus ook geen benul hebben dat ze in de weg lopen. Regelmatig moeten we de fietsbel gebruiken om ze aan de kant te jagen, hetgeen menig hartverzakkingtje bij die onnozelaars veroorzaakt.
  • Als je zonder benzine komt te staan ben je een sukkel. Op de weg van het vliegveld naar de stad ( ongeveer 30 km.) zijn we zeker 30 tankstations tegen gekomen. En misschien zijn het er zelfs wel meer.
  • Het vliegveld van Kos niet gebouwd is op grote massa’s reizigers. Vanuit de bus die ons bij de vertrekhal afzet is het eigenlijk een grote rij wachtende mensen totdat we in het vliegtuig zitten.
Ondanks deze hier en daar wat kritisch noten is Griekenland een heerlijk land om vakantie te vieren. Zon, zee, lekker eten, leuke mensen en hier en daar wat cultuur: het is er allemaal te vinden. Ik sluit niet uit dat we nog eens in Griekenland terecht komen. Niet op Kos maar er blijven nog 2999 andere eilanden in de Griekse archipel over om te bezoeken, de keuze is dus reuze!

Met deze blog sluit ik deze serie af. Dank voor jullie belangstelling en tot ooit.






woensdag 8 augustus 2018

Wat is hier nu interessant aan?


In de keiharde onderhandelingen die ik gevoerd heb over de invulling van deze vakantie is het mij gelukt om naast zon, zee en strand (Annemiek haar “eisen”) ook een paar culturele momenten (mijn "wensen") in te plannen. Geen urenlange wandelingen door de stad, gewoon even in een paar uurtjes langs de culturele hoogtepunten wandelen.

We zijn allemaal redelijk op tijd wakker waardoor het nog niet te warm is om een eigen bedachte route door Kos-stad te lopen waarbij we zo’n beetje alles wat enigszins het bekijken waard is kunnen zien. En nee, bloglezeressen winkels vallen wat mij betreft niet in deze categorie.

We beginnen onze wandeling bij een verzameling stenen waarin je met een beetje goede wil een tempel zou kunnen zien. In deze Romeinse tempel, daterend uit de tijd dat Griekenland onderdeel uitmaakte van het grote Romeinse Rijk nu ruim 2100 jaar geleden, zijn de restanten van het altaar van Dionysos te herkennen. Voorwaarde is dan wel dat je moet weten waar je naar moet kijken. Ondanks het informatieblad weten we dat niet waardoor we eigenlijk geen idee hebben waar we naar staan te kijken.

Roman Odeon


Veel duidelijker wordt het als we bij het Odeon komen. Daar hebben we niet veel fantasie voor nodig om te begrijpen dat de Romeinen dit als theater gebruikte. We begrijpen nu ook meteen waaraan het oude theater in Zwolle zijn naam te danken heeft. Onder de tribune zoekt een kleine kolonie vleermuizen verkoeling.

De aardbeving van verleden jaar heeft overal in de stad duidelijk zijn sporen achtergelaten zo ook bij een klein kerkje bij het kerkhof. Met grote stalen tyrips wordt het gebouwtje bij elkaar gehouden. Geld om het te restaureren is er waarschijnlijk niet. De nabestaanden van overledenen hebben wel veel aandacht voor de graven. Het is omdat je weet dat je op een kerkhof loopt anders zou je met al die kleurige (nep) bloemen denken dat er een feestje is.

Na de relatieve rust en koelte van het kerkhof gaan we de binnenstad in. We wandelen op ons gemak over wat men hier simpelweg de westelijke opgravingen noemt. Naast grote brokken steen waarbij we ook nu weer geen idee hebben wat het ooit het voorgesteld is de Via Cardo wel heel herkenbaar. Onvoorstelbaar dat hier vijf eeuw geleden al mensen overheen liepen. Onder een aantal afdaken zijn mozaïeken beschermd tegen weersinvloeden. Een pubertje die verveeld achter pa en ma aan sjokt vraagt zich hardop af wat er allemaal zo interessant aan deze oude zooi is. We laten het cultuurbarbaartje voor wat het is en gaan met een trappetje omhoog de stad verder in.


Via Cardo






We brengen de vochthuishouding in onszelf weer op orde en dwalen wat door smalle straatjes. Het is hier het walhalla voor de vrouw: winkeltjes vol snuisterijen en kleding. Het is niet te vermijden dat er een aantal door Annemiek bezocht worden. Ik ben de rotst niet dus hobbel ik belangstellend mee.

Middenin dit winkel- en eettenten gebied staat op een verhoging de Ag. Paraskevi, een Grieks-orthodoxe kerk. Ook hier is heeft de aardbeving de muren een craquelé uiterlijk gegeven. Helaas kunnen we niet naar binnen, behalve dat het daar waarschijnlijk wel koel is heb ik nog nooit een orthodoxe kerk van binnen gezien. Daar komt dus ook nu geen verandering in.




Via een groot plein komen we bij de Gazi Hassan moskee. Dit gebouw is door de aardbeving van vorig jaar één grote bouwval geworden. De grote kenmerkende koepel ligt naast de minaret. De koepel heeft maar net een oude Platanus orientalis gemist. Men zegt dat onder deze boom Hippocrates 2300 jaar geleden zijn leerlingen onderwees in de geneeskunde. Het is de boom aan te zien dat hij zo oud is. Een steigerconstructie houdt de boom als een soort rollator omhoog.




De laatste bezienswaardigheid is het middeleeuwse kasteel waar we ook niet in kunnen. Het fragiele kasteel is ook weer door de aardbeving te instabiel geworden om het nog open te kunnen stellen voor publiek. We wandelen aan de buitenkant langst.


We hebben dan wel genoeg cultuur opgesnoven, tijd voor verkoeling. Op naar het strand!


woensdag 1 augustus 2018

Lodewijk versus Poseidon II


Terug bij het haventje staat al een bus klaar, de buschauffeur zijn we eerder als bemanningslid op de veerboot tegen gekomen, om ons naar de hoofdattractie van het eiland te brengen: een vulkaankrater. Zoals gezegd is het eiland Nisyros ontstaan door een vulkanische activiteit van de aarde. De oudste geregistreerde eruptie van deze Stephanos vulkaan stamt uit 1500 nog wat en de laatste keer dat Stephanos gloeiend hete lava naar buiten braakte was in 1873. Deze laatste eruptie heeft de krater zoals deze nu te bezoeken is, gevormd.


Maar Willem wist ons een veel leuke verhaal over het ontstaan van Nisyros te vertellen. Een verhaal uit de Griekse mythologie waar bij goden en reuzen de hoofdrol spelen. De Griekse goden, aangevoerd door oppergod Zeus, hebben ruzie met de Giganten. Poseidon, broer van Zeus en in de Romeinse mythologie bekend als Neptunus, heeft het aan de drietand met een van de reuzen, Polyvotis genaamd. Hij gooit zijn drietand maar mist Polyvotis. Er breekt door deze worp een stuk van het eiland Kos af.
Deze rotsblok gooit Poseidon naar Polyvotis en Polyvotis raakt onder dit blok beklemd. Het rotsblok is nuchter eiland Nisyros En daar ligt Polyvotis nog steeds. Als de vulkaan weer een keer actief is dan is het gewoon Polyvotis die een sjagrijnige dag heeft. En die rotte eieren zwavellucht? Gevalletje slechte adem.



Met de bus rijden we het stadje uit en komen we langs een andere nieuwe attractie: een benzinestation waar men €2,05 voor litertje Euro95 durft te vragen. Terwijl op Kos de gemiddelde prijs €1,80 is. Voor de 1000 bewoners van Nisyros is 2,05 nagenoeg onbetaalbaar. Wij slingeren een kwartiertje omhoog naar de rand van de krater om vervolgens in een kwartier beneden aan de rand van een gigantisch gat, de krater bodem (30 meter diep, 300 meter breed) te staan. Samen met vele anderen bewonderen en verwonderen we ons over dit natuurfenomeen. Indrukwekkend!


We zien en horen (gelijk de geiser thuis die brand als iemand doucht) zelfs een paar kleine stoom geisers. Behalve dat we de zwavel ruiken zien we veel zwavelkristallen.




de twee stipjes zijn Olaf en Frank



als je goed kijkt zie je bij de 'postbus' wat stoom omhoog komen

Na een uurtje in deze braadpan is de bus heerlijk koel en gaan we terug naar de veerboot. “All on board” en we zien overal om ons heen mensen knikkebollen, we doen gezellig mee. Alle indrukken en de warmte maakt slaperig. Terug op het vasteland van Kos weer in de bus en dan terug in het hotel. Het was letterlijk een bloedhete maar o zo mooie en indrukwekkende dag. Weer een hoogtepunt voor deze vakantie.

en opeens is bijna iedereen weer weg
Bij het appartement wacht een verkoelende plas water beter bekend als zwembad, met open armen op ons. Plons, sis, aha, dit is lekker!!