donderdag 8 oktober 2020

Cochem

 
Sorry bewoners van Cochem, iedere keer als ik jullie plaatsnaam zie of hoor moet ik denken aan Gollem (Lord of the Rings-films) die zijn eigen naam een soort van uitkotst. Maar goed, dat doet verder niet ter zake. Een aantal mensen die we van te voren vertelde dat we naar de Moezel zouden afreizen gaven aan dat Cochem zeker het bezoeken waard is. Zo'n overtuigende toeristische tip kunnen we natuurlijk naast ons neerleggen maar dat doen we dus niet. Op naar Cochem.
 
He idee is om vanuit Traben-Trarbach de Moezel 50 kilometer te volgen tot aan Cochem maar dat idee valt al meteen bij het wegrijden in het water. Wegwerkzaamheden dwingen ons een alternatieve route door het achterland van de Moezel te nemen. Pas bij Alf (was dat niet een grofgebekt, buitenaardse pop op televisie, eind jaren 80?) sturen we de weg langs de Moezel op. Zoals de Moezel zich door het landschap slingert, slingeren wij ons richting Cochem, miljoenen druivenstokken passerend.



 

In Cochem aangekomen blijken we niet de enige die van familie, vrienden of bekenden te horen hebben gekregen dat Cochem het bezoeken waard is. Al zijn we vroeg, we hobbelen een langzaam rijdende file de borden P volgend. Bij het station vinden we een mooie ruime parkeerplaats. We hebben gelukkig papiergeld, want met kaart betalen voor parkeren kennen ze hier nog niet. Een dagkaart kost 5 Euro, is goed te doen. We hebben alleen een 10 Euro-biljet, dan die er maar in in de veronderstelling dat we geld terug krijgen. Nee, dus we kunnen mooi 48 uur onze auto hier laten staan. Dat is even een gevalletje jammer maar helaas. Wordt het parkeren opeens toch nog best duur. 
 
Het eerste wat we in een plaats die we bezoeken opzoeken is het VVV. Was er in Traben_trarbach nog een medewerker aan een balie, hier moet je voor informatie op een knop drukken en wordt je via een intercom te woord gestaan. Op een display staan wat plategronden, ook in het Nederlands, met de belangrijkste bezienswaardigheden van Cochem. Daarmee maken we onze eigen rondwandeling. we wandelen door de smalle straatjes op weg naar de top-attractie van de stad, de burcht. Onderweg zien in koffie, mondkapje op, terras op, zitten en kapje af. Bestelling plaatsen maar dan voor de zekerheid toch even vragen of we kunnen pinnen. In deze corona-tijd lijkt ons dat wel heel logisch. Nee dus en het meeste gewone geld is al in een parkeerautomaat verdwenen. Sorry, dan gaat het niet door. Mondkapje op, 3 meter lopen, kapje af en verder door de heuvel op naar de burcht. Daar aan gekomen is het druk, althans om iedereen op anderhalve meter te houden. Vooral aan de rand van het bordes met mooi uitzicht over de Moezel en Cochem is het dringen om een foto te kunnen maken. Maar om nu de klim te maken zonder dan even van het uitzicht te genieten is ook weer zo wat.
 








 


 


 
 
In de burcht is ook een resurant, heerlijk koffie met Apfelstruble voorzien van een bolletje vanillieijs en een toefje slagroom. We hebben immers vakantie. Goed gevuld kijken we wat rond en gaan via de nadere kant van de heuvel weer naar beneden naar het stadje. Het is nog drukker dan toen we omhoog gingen.  We kijken nog wat rond maar hebben een beetje ‘unheimlich’. gevoel bij al die mensen om ons heen. Best bijzonder hoe dat allemaal in een mens zijn hoofd werkt. Plan je zonder blikken of blozen een reis naar een van de drukste landen ter wereld, loop je nu ongemakkelijk te zijn in een klein Duits stadje. Of misschien komt het ook wel door het feit dat het stadje ons iets minder boeit dan we verwacht hadden. Sorry alle tipgevers maar nnaar een paar uurtjes houden we het voor gezien. We gaan weer lekker terug naar ons coconnetje, flesje wijn is nog niet op.
 
Vonden wij Cochem een beetje tegenvallen, bekijk wat hoogtepunten en oordeel zelf maar.


 

 
 

 
 


We hebben nog een dag om te gaan wandelen en dan zit het er alweer op. Terug naar huis en de dagelijkse werkzaamheden, ook wel weer prettig. 

 

dinsdag 6 oktober 2020

Covid-neunzehn

Als je je een jaar lang verheugd om een verre reis te maken dan is het wel even schakelen dat je in je vakantie in plaats van Manderijns Duits moet spreken. Maar aan de andere kant prijzen we ons gelukkig dat we überhaupt nog op vakantie kunnen. De maatregelen betreffende het welbekende virus veranderen zo snel dat veertien dagen later afreizen naar de Moezel ook voor ons Overijsselnaren niet meer mogelijk geweest zou zijn. Dan zouden we alleen Duitsland in mogen als we een negatieve corona-test die 48 uur oud is (waar haal je die vandaan?) konden overleggen en dat we veertien dagen in quarantaine zouden gaan. Het is mij echter niet duidelijk geworden hoe ze dit bij onze oosterburen willen gaan handhaven. Vanuit Venlo rijden we zonder controles of wat dan ook de grens over, terwijl mensen uit het Westen van Nederland niet echt welkom zijn. Maar goed, daar hadden wij toen we vertrokken geen last van dus waar maak ik me druk om.


Men kruipt massaal in een camper, alles op je eigen maar dan vervolgens wel hutje-op-mutje naast elkaar gaan staan om te overnachten.


Qua corona-maatregelen lijkt Duitsland behoorlijk veel op Nederland, alleen zijn ze net een beetje strenger. Afstand houden en veel handen wassen/desinfecteren wordt hier van iedereen verwacht. Maar ze zijn hier qua het dragen van mondkapjes al een stuk verder als in Nederland. Loop je hier een winkel in: mondkapje voor. Even afrekenen voor het tanken: mondkapje voor. Een restaurant in: mondkapje voor. Zit je eenmaal dan mag het mondkapje af, is anders best lastig eten en drinken. Maar loop je naar het toilet of naar buiten: mondkapje voor. De mondkapjes-plicht geldt ook voor de buiten-terrassen. Al het personeel in winkels en restaurants lopen met een mondkapje op. Tijdens onze rondgang langs de wijnkelders in Traben-Trarbach waren we verplicht de hele toer, ook als we buiten op straat liepen, een mondkapje voor te hebben. 


Ik kon er wel aan wennen. In het begin moet je er goed bij nadenken maar na een dag of wat werd het al gewoon. En dat geldt eigenlijk voor iedereen hier, je komt nauwelijks mensen tegen die zich niet aan deze regels houden. En vergeet je het wel een keer dan wordt je daar vriendelijk maar resoluut op gewezen. Dat mijn bril bij het dragen van een mondkapje vaak beslaat is meer lastig dan echt vervelend. En als ik het nieuws een beetje kon volgen is er in Duitsland nog niet echt sprake van een tweede golf zoals we die in Nederland nu kennen. Helpt het dan toch, meneer van Dissel?

Er is natuurlijk ook wel wat op alle maatregelen aan te merken. Het is best wel raar dat je op straat zonder mondkapje loopt waarbij je terrassen passeert die afgezet zijn met een touw of plantenbak. Loop je vervolgens één stap naar links of rechts een terras op dan moet je dus opeens een mondkapje voor doen. Zit je eenmaal dan mag het mondkapje af terwijl achter je rug de mensen makkelijk binnen anderhalve meter je voorbij kunnen lopen. Je wordt overal op deze anderhalve meter geattendeerd maar anderhalve meter wordt ook soms gewoon anderhalve centimeter. Te veel mensen zien de populaire bestemmingen (zoals de binnenstad van Traben-Trarbach en Cochem) als ideale plaats om hun vrije tijd door te brengen. Dat geldt natuurlijk ook voor ons, we zoeken deze plekken ook bewust op. Uiteraard proberen we de afstand wel te bewaren maar dat kan simpelweg niet altijd als je iets wilt bekijken. Niet gaan is dan de enige oplossing maar dat is ook weer zowat. Er zijn ook wel mensen die echt geen idee hebben wat anderhalve meter is of zich er niets van aantrekken. Wachten wij in een smal straatje even op een bredere punt om tegemoetkomend wandelverkeer te laten passeren banjert iemand anders ons zo voorbij. Geduld is een schone zaak maar erg zeldzaam. Terwijl een hoop van de vakantiegangers die wij tegenkomen als lid van de grijze brigade toch wel tot een risicogroep behoren. Jammer, maar wij gaan ze zoveel als mogelijk maar uit de weg.

Ook tijdens het oogsten is de 1,5 meter niet altijd aanwezig

De regels zijn er nu eenmaal, ik ben dan weer zo'n volgzaam typ die me er zo goed als het kan braaf aanhoudt. Het bezoek aan Cochem (hierover in de volgende blog meer) waar het in de smalle straatjes en bij de burcht ernstig druk was, heeft ons plan om ook de grote stad Koblenz te bezoeken wel doen aanpassen. We willen niet in Kalverstraat-achtige gebieden terechtkomen, dan zoeken we liever de stilte van de wijnvelden en bossen nog wel een keer op. En met het schitterende weer wat we de hele week hebben is dat absoluut geen straf.



zaterdag 3 oktober 2020

Van druif naar wijn

Tegenwoordig wordt de Moezelwijn (zo’n 739.000.000 liter wit, 48.000.000 liter rood en 24.000.000 liter rosé en overige per jaar) hoofdzakelijk gemaakt van de Riesling- (60%) en de Müller-Thurgau-druif (13%). Ieder stukje helling waar de zon volop op schijnt wordt vol geplant met wijnstokken. 

Het oogsten van de druiven gebeurd veelal handmatig. Als een stel berggeiten moeten de druivenplukkers, waarvan de meeste een Oost-Europese taal spreken, zich omhoog werken om de druiventrossen met een snoeischaar van de stokken te knippen. Arbo-wetten betreffende veiligheid lijken hier niet te gelden. Alleen voor het vervoer van de geplukte druiven zijn soms hulpmiddelen beschikbaar
Slechts sporadisch, in de vlakke wijngaarden, wordt mechanisch geoogst.  

Na de oogst begint het wonderlijke proces om van de druif via druivensap wijn te maken. Onder de straten van Traben-Trarbach wordt de wijn een aantal jaren in houten wijnvaten opgeslagen om dan gebotteld zijn weg naar de consument te vinden. Tijdens een georganiseerde rondwandeling hebben we een aantal van deze kelders bezocht. Mijn Duits is niet goed genoeg om alles wat de gids ons vertelde te begrijpen. Maar het maakte de rondgang er niet minder interessant door.  Bekijk onderstaande foto’s en loop zo mee. Kom je een keer in Traben-Trarbach dan is deze rondwandeling zeker een aanrader. Hopelijk zijn mondkapjes tegen die tijd niet meer nodig. 

1021 lt per vat
Soms wordt de wijn ook in betonnen bakken opgeslagen. de binnenkant van de bak is bedekt met glasplaten.
 
 Na al het luisteren en kijken naar wijn is het tijd om het terug te keren naar ons tijdelijk huis. We gaan nu geen wijn proeven maar gewoon drinken. Heerlijk, zon op je hoofd, wijn van de Moezel in je glas en stilte. Zalig om dan even lekker weg te doezelen. 

De volgende keer meer over 'Abstand halten und Nasen und Mundmaske tragen'.

woensdag 30 september 2020

Wijnstokken

Vitis vinifera, de plant waar witte of blauwe druiven aan groeien, is al heel oud. Er zijn van deze plant fossielen uit de krijttijd (140 miljoen jaar geleden) gevonden. Er zijn prehistorische bewijzen dat de oermens al wijn dronk. De eerste tekenen van wijngaarden aan de Moezel stammen uit 500 jaar voor Chr., de Kelten wisten al hoe van druivensap wijn te maken. Echt serieus werd het toen de Romeinen in de derde eeuw de streek veroverde. De eerste wetten om de kwaliteit van de wijn te garanderen kwamen er door toedoen van Karel de Grote (vierde eeuw). 

 


Het hoogtepunt in de wijnbouw aan de Moezel was omstreeks 1600 toen per persoon zo’n 120 liter per jaar geconsumeerd werd. De Moezelwijn werd niet alleen lokaal zeer gewaardeerd, ook in andere Europese landen werd menig glaasje Moezelwijn weg geklokt. In deze toptijd was het areaal wijngaarden in de Moezelstreek ruim 300.000 hectare groot, vandaag de dag is dit areaal geslonken tot slechts 9.000 hectare. Als ik nu langs de Moezel loopt vraag ik me toch echt af waar die andere 291.000 hectare toendertijd gestaan hebben. Na wat mindere periodes deed eind 17e eeuw de Rieslingdruif zijn intrede hetgeen weer een enorme boots in de productie gaf.

Zo bleef de productie en consumptie, net als het landschap waar de druiven in verbouwd werden, op een neer gaan. Traben-Trarbach was begin 1900 zelfs net achter Bordeaux de grootste wijn-metropool van de wereld. Het ging goed tot 1950, toen brak een soort corona-achtige pandemie onder de Europese druiven uit. Een miezerig klein luisje vraat ruim tweederde van alle Europese wijnstokken op. Na vele magere jaren kwamen ook weer de vette jaren waarbij door verbeterde productiemethodes de opbrengst per hectare van 50.000 naar 100.000 liter ging. Maar de consumptie in de eigen streek bleef op slechts 25 liter per persoon hangen, een geweldig overschot Moezelwijn werd op de Europese markt gedumpt. Gevolg een enorme imagoschade; Moezelwijn werd gezien als een goedkoop slurpwijntje. Niets mis mee maar daar verdien je niet genoeg aan.

Vanaf de negentiger jaren gooide de wijnboeren van de Moezel het roer om. Ze namen maatregelen om minder wijn per hectare te produceren, hygiënisch te werken en veelal handmatig te oogsten. Hierdoor steeg de kwaliteit van de wijnen waardoor wijnen uit de Moezelstreek vandaag de dag tot de top van de wijnwereld gerekend worden. Oktober is de oogstmaand maar er wordt nu al volop geoogst. In de volgende blog hier mee over.





maandag 28 september 2020

Mossella

De Moezel bij Traben-Trarbach
De Moezel bij Traben-Trarbach

In onze vakantie kunnen we er niet omheen, alles draait hier om de rivier de Moezel. Is overigens niet erg, het had ons zeer verbaasd als we hier zouden aankomen en ze hadden de rivier weggehaald. De naam Moezel, in het Duits Mosel of in het Frans La Moselle, is afgeleid van het Latijnse woord Mossella wat zijn oorsprong weer vind in het Keltische Mosea. Mosea is het verkleinwoord van de deels parallel stromende rivier Mosa, bij ons beter bekend als de Maas. De rivier ontspringt op 735 mt hoogte bij Col de Bussang in de Franse Vogezen. Via de Franse grensplaats Schengen komt de rivier op het drielandenpunt Frankrijk-Luxemburg-Duitsland, Duitsland binnen. Tot Oberbillig is het een grensrivier waarna de rivier naar het oosten afbuigt en volledig Duits wordt. De rivier heeft in de loop der eeuwen een baan geslingerd door het middelgebergte Eifel en Hunsrück. Na ruim 540 kilometer stroomt de Moezel bij Koblenz de grote broer de Rijn in.

Sinds 1967 zorgen 18 schutsluizen in de Moezel er voor dat de rivier bevaarbaar is. We zien op de stukken rivier waar wij deze vakantie langst komen nauwelijks vrachtschepen. Hier en daar een verdwaald plezierjacht, wat we vooral zien zijn passagiersschepen die tussen de verschillende plaatsen een soort van veerdienst onderhouden.

 
 
Sluis bij Enkirch
   

Wat vooral opvalt is de groene kleur van het water. Het lijkt erop dat er net onder het wateroppervlak een groente waas van algen drijft hetgeen de rivier de groene kleur geeft. Het nodigt niet uit om een duik te nemen. We hebben nergens mensen in de rivier zien zwemmen, al gaf de temperatuur met ruim 25 graden en volop zon hier best wel aanleiding toe.


Kröv

De volgende keer hoe groene en blauwe vruchtjes de Moezel wereldberoemd maakte.

zaterdag 26 september 2020

Koningsberg

Ons huisje in “Klein Holland” (zo wordt het park door de fietsenverhuurder genoemd, verwijzend naar de grote hoeveelheid Nederlanders die hier normaal verblijven maar in deze Corona-tijd verblijven ook veel inlanders in het park) staat bovenop een koninklijke berg. Op de meegenomen kaart en plaatselijke wegwijzers aangeduid als Mont Royal. Deze benaming dankt de berg aan de vesting die hier eind 1690 in opdracht van de Franse koning Lodewijk XIV werd gebouwd. De vesting maakte deel uit van de Noordoost grens van het Franse koninkrijk. Van de vesting zijn wat onduidelijke hopen steen overgebleven en een bordje naast een parkeerplaats. Niet echt indrukwekkend maar we kunnen we zeggen dat we in de voetsporen van een Franse koning hebben gelopen.
 
Op onderstaande foto Mont Royal gezien vanaf Kröv. Links boven zijn een paar huisjes van het park zichtbaar. Het park zelf ligt verspreid over ongeveer tweederde van de berg. Rechtsonder het plaatsje Wolf.
 

Officieel is de berg onderdeel van de gemeente Kröv. Een 2200 zielen tellende dorp waar niet veel over te zeggen is. Het enige wat Wikipedia erover te melden heeft is dat de ex-leider van de Hitlerjugend hier zijn laatste levensjaren heeft gesleten. Of dit een aanprijzing voor je dorp is, is maar de vraag. Maar sla je vanuit het park niet rechtsaf (naar Kröv) maar linksaf dan daal je in 5 km af naar Traben-Trarbach en dat is een plaats waar een rijk verleden in de bebouwing terug te zien is. 

Kröv

Traben-Trarbach is een samenvoeging van de twee dorpen Traben, aan “onze” kant van de Moezel en Trarbach aan de overkant. Tot 1904 waren het twee losse dorpen. Traben wordt al in documenten uit de negende eeuw genoemd terwijl Trarbach pas drie eeuwen later op papier voorkomt. In de negentiende eeuw vestigde zich veel wijnhandelaren in Traben waardoor het verschil in rijkdom tussen de twee steden alleen nog maar groter werd. Op de zonnig, naar het zuiden gerichte hellingen van Traben groeide de druiven als malen terwijl de hellingen aan de Trarbach-kant slechts bedekt waren met bossen.  

Hoog boven stad staat de ruïne van Grevenburg, een burcht gebouwd in 1350 maar vrijwel met de grond gelijk gemaakt door de Fransen, eind zeventiende eeuw. Je kunt zeggen van de Fransen wat je wilt maar slopen kunnen ze.  Vanaf de ruïne heb je mooi uitzicht op het stadsdeel Traben met op de achtergrond Mont Royal. 

Blikvanger in het stadsdeel Trarbach is de Brückentor. Van de oorspronkelijke brug over de Moezel is niets terug te zien. In onze hele week Moezel hebben we overigens nergens een volledig in takt zijnde brug gezien. Een metalen brug stelt je in staat om van Traben naar Trarbach, en weer terug, te gaan. De straatjes in beide stadsdelen zijn smal; auto’s, campers (de Moezel kent een geweldige camper-dichtheid, de een nog groter en lomper als de andere), vrachtwagens, fietsers en wandelaars wurmen zich er doorheen. De anderhalve corona-meter is alleen in de hoogte te handhaven. 

We vermaken ons een paar uurtjes in het stadje en ploffen dan weer heerlijk rustig neer naast ons huisje op de berg. We drinken een glas en genieten van het uitzicht wetend dat lang geleden een Franse koning ook van dit uitzicht heeft genoten.

Links Mont Royal


maandag 21 september 2020

Nicht ni hao

Het is alweer 10 maanden geleden dat ik voor het laatst hier jullie deelgenoot maakte met een reisbestemming. Tenerife was de laatste ‘verre’ bestemming die we konden bezoeken. Aan het einde van die blog wenste ik jullie Zài jiàn. Zài jiàn is de Chinese equivalent van ons tot ziens, een verwijzing naar onze vakantieplannen voor 2020. Deze vakantieplannen kregen in januari 2020 vaste vorm toen we een 18-daags rondreis China boekte. Shanghai, Bejing, de Muur, het Terracotta leger, het Karsgebergte en Hongkong; het stond allemaal prachtig beschreven in de brochure. Maar verder dan de mooie plaatjes in de brochure zijn we niet gekomen. COVID-19 gooide ook onze vakantieplannen over boord.

In plaats van vliegen richting de Chinese muur zatten we op 12 september in de auto op de Afsluitdijk richting Julianadorp. Op visite bij grote zus is ook leuk maar toch wel even anders. Shanghai werd 2 dagen in een prachtig hotel in Egmond aan Zee. En het Karsgebergte werden vervangen door de heuvels aan de oevers van de Moezel. Maar je hoort ons niet mopperen, we kunnen gelukkig nog even lekker weg van huis. Even de dagelijkse werkzaamheden en huiselijke beslommering achter ons laten om  heerlijk samen te genieten. 


Vrijdag 18 september laden we de auto vol en beginnen aan de ruim 400 kilometer lange reis naar Kröv, gelegen op de grens tussen de Eifel en de Hunsrück, aan de Moezel. We hebben bij Landal een huisje gehuurd, dus lekker Corona-proof alles voor ons zelf. Met 100 km/uur kachelen we via Venlo richting de Duitse grens. Eenmaal in Duitsland kan het gas erop maar 120 km/uur vinden hard zat, maar menig weggebruiker denkt daar heel anders over. Je moet met die laagvliegend bij het inhalen zeker wel rekening houden. Ze zijn eerder bij je dan gedacht, beetje net als bejaarden op elektrische fietsen, die zijn ook eerder naast je dan je van iemand op leeftijd, op een fiets zou verwachten. Maar als we eenmaal de 61 richting Koblenz zijn opgedraaid moet de snelhiedsbegrenzer aangepast worden. Om onduidelijke redenen is het bijna 100 kilometer slechts toegestaan om die afstand niet in een uur af te kunnen leggen. Tel daar een kleine ongelukje bij op en je zult begrijpen dat het niet echt opschiet. Maar geen stresss, handjes ontspannen op het stuur; we hebben immers vakantie en het huisje loopt niet weg.


Na zo’n 5 uur reistijd komen we bij het park wat bovenop een heuvel, 300 mt. boven zeeniveau, ligt.  Bij de receptie worden we meteen geconfronteerd met de strengere Duitse corona maatregelen: in iedere publieke ruimte is het dragen van een neus-mondmasker verplicht. Dus ik mijn zebraatje en Annemiek haar pantertje voor en we checken in. 




We hebben een specifiek huisje met, naar we hopen, mooi uitzicht gereserveerd, helemaal aan het einde van het park. Gelukkig kunnen we de auto bij het huisje parkeren. Het renovatie-plan heeft het einde van het park nog niet bereikt. Het huisje kan wel een lik verf en een styliste gebruiken. Het is, een soort van, schoon. Als je een supervisor housekeeping van een groot Zwols hotel bij je hebt dan wordt er toch anders naar schoonmaken gekeken. Maar kijken we naar buiten dan is het uitzicht geweldig.



Hier gaan we het wel een week uithouden.