maandag 25 november 2019

San Blas, een ecologisch verantwoord uitje

Opuntia humifusa, beter bekend als de duivelstong, Oosterse stekelige peer of Indiase vijg, 
afkomstig uit delen van Oost-Noord-Amerika. Veel voorkomend op het eiland maar dus niet inheems.

In onze ANWB reisgids komen we een verhaaltje tegen over een bijzonder stukje natuur vlak naast het vliegveld. We bellen om een plaatsje in een begeleide wandeling te reserveren en geven mevrouw van onze navigatie opdracht waar we heen willen. Zonder gemopper of gezeur wijst ze ons weer netjes de weg naar het beginpunt van de toer, een luxueus eco-resort waar je kunt overnachten voor 225 eurootjes per persoon. Dat is dan wel ecologisch verantwoord, all inclusive, ronddobberen in één van de 10 zwembaden. Kost wat maar dan heb je ook wat.

De toer begint met een multimedia ‘spektakel’ waarbij we in een donkere tunnel de aarde tijdens een vulkaanuitbarsting voelen schudden en meedeinen op de golven op weg naar een betere toekomst. In een klein museum wordt de ontstaansgeschiedenis van de San Blas kloof uitgelegd en hoe deze kloof in de loop der jaren door de mens gebruikt is om te overleven. Na dit informatieve programma gaan we met de vriendelijke Engelssprekende gids naar buiten, de kloof in.

Vanuit de kloof zicht op El Teide

Ruim 150-duizend jaar geleden was er op het eiland weer eens een vulkaanuitbarsting. De El Teide braakte het binnenste van de aarde naar buiten. Grote lavastromen stroomde de zee in waarbij het magma op de zeebodem stolde. Door klimaatveranderingen zakte de zeespiegel en kwam het gebied waar we doorheen wandelen boven water. Het terugtrekkende water, de zon maar zeker ook de altijd aanwezige wind creëerde het landschap wat we vandaag tijdens de wandeling zien.




Toen de Spanjaarden eenmaal het eiland verder gingen koloniseren moest er natuurlijk ook gegeten worden. De zee zit vol met vis maar er is ook behoefte aan groenten en fruit. De vulkanische bodem is vruchtbaar genoeg maar om er iets op te laten groeien is wel zoet water nodig. Nu regent het in deze San Blas kloof gemiddeld vier dagen per jaar, gelukkig hebben we niet een van deze vier regendagen te pakken, dus moest men iets bedenken. Een dam was de oplossing en via allerlei in steen uitgehakte goten kwam het water bij de groenten terecht. Vroeger waren dat veelal tomaten maar tegenwoordig staat het eiland vol met bananenbomen. Die overigens heerlijke, korte maar dikke bananen opleveren.

Tijdens de wandeling duikt opeens een boze Spaanse vrouw uit het niets op die iets met tomaten aan het doen is. Even verderop komen we een boze man tegen die vindt dat hij te hard moet werken om de goten uit stenen te hakken. Het was hier vroeger blijkbaar niet al te gezellig.





Aan het einde van de kloof zien we een oorspronkelijke eilandbewoner een offer (in de vorm van water) brengen om de goden gunstig te stemmen. Deze toneelstukjes zijn grappig maar niet echt noodzakelijk om de wandeling, die één uur duurt, interessanter te maken.

Via een uitgehouwen trap lopen we naar de bovenrand van de kloof. Van daaruit gaan we terug richting het resort. De gids wijst ons op de noodzaak om het gebied te behouden. Goed omgaan met het milieu en zo, het bekende verhaal. Wat wel een beetje tegenstrijdig is met de vliegtuigen die met veel kabaal rakelings over vliegen om op het nabij gelegen vliegveld te landen, een nieuwe lading toeristen af leverend die ook weer aan een toer mee kunnen doen. Het zal altijd wel een spanningsveld blijven tussen natuurbehoud en het ophalen van gelden voor dit behoud. Een toerist is hier belangrijk voor, die brengt immers de nodige Euro’s met zich mee. We hebben dus met onze vakantie op het eiland en het meedoen aan deze toer dus een beetje bijgedragen aan het behoud van de natuur op dit mooie eiland.



Met een tevreden gevoel strekken we ons ‘s middags weer languit uit op een stretcher bij het zwembad. De hoop op de komst van Greenpeace hebben we maar laten varen.

Los Abrigos, dorpje naast de kloof

zaterdag 23 november 2019

Santa Cruz de Tenerife


Bij een bezoek aan Tenerife mag een bezoek aan de hoofdstad, althans dat dachten wij, niet ontbreken.

Op internet hebben we een op papier leuke stadswandeling gevonden. Parkeergarage is ook al gevonden en aan mevrouw vertelt. Maar op internet kwamen we ook een soort van tram tegen, we vroegen ons af of we niet beter buiten de stad zouden kunnen parkeren en dan met de tram door naar de binnenstad. Navraag bij de hotelreceptie levert echter een mooi alternatief op: gratis parkeren bij een groot winkelcentrum en slechts op 10 minuten lopen van de wandelroute. We vertellen dat mevrouw en ze stuurt ons soepel over de rijksweg, langs de zuidkant van het eiland, er na toe. We hebben geluk, we komen precies tot de parkeergarage. De rest van de binnenstad is voor het verkeer nagenoeg afgesloten in verband met een marathon. Met piepende banden, nooit geweten dat autobanden op glad beton zo kunnen piepen, zetten we de auto op een van de weinig vrije plaatsjes en zoeken de uitgang op. Het winkelcentrum is ernstig groot dus dat valt nog niet mee.

Eenmaal buiten slaat de schrik ons om het hart, het regent. Geen pijpenstelen maar genoeg om de fotocamera in de tas op te bergen. Het eerste kwartier is het een beetje komen en gaan van buien, gelukkig blijft het daarna droog. De plek waar nu de stad ligt is al ongeveer 2000 jaar geleden bewoond door de Guanchen.  In 1493 zetten de Spanjaarden een groot hout kruis op het strand bij de stad om zo het eiland op te eisen. Ze waren hiermee de Portugezen net voor. Men bouwden de eerste huizen met een stenen verdedigingsmuur er om heen. De stad werd pas echt als havenstad belangrijk toen in de zeventiende eeuw Garachio onder een lavastroom verdween.


Oud en Nieuw komen samen


Apart, grijze palmen


Herken ik hier een hotelgast?




De route van de wandeling leidt ons langs wat plaatselijke hoogtepunten: een overdekte marktplein, een fontein, kleine straatjes en een park. In het park komen we weer een zwembad walrus tegen, dit keer in de vorm van een stenen beeld.

In de plaatselijke haven vergapen we ons aan een groot aantal cruiseschepen. Acht verdiepingen hoog toren ze boven de kade uit, hordes Amerikaanse toeristen over het stadje uit storten. 

We houden het snel voor gezien hier. De wandeling was op papier inderdaad leuk, viel in de praktijk wat tegen. Maar het waren een paar cultureel verantwoorde uurtjes. Terug naar Adeje, tijd voor onze zonaanbiedingsrituelen.

woensdag 20 november 2019

O zon, wij aanbidden je


De zon, bron van energie en leven. Ook wij genieten hier dagelijks (op wat losse buitjes na) van hem. Al eeuwen wordt de zon overal in de wereld verheerlijkt. En ik neem jullie dit keer mee naar een plaats waarvan men vermoedt dat de oorspronkelijke eilanders, de Guanches, hier de zon aanbeden. In Güímar, een klein uurtje rijden van het hotel, zijn eeuwen geleden zes trappiramides gebouwd. In de negentiger jaren van de vorige eeuw, zijn deze trappiramides pas ontdekt.. De beroemde antropoloog Thor Heyerdahl (hij bewees dat je met een traditioneel gebouwde rieten boot de oceaan van Zuid-Amerika kan oversteken naar de Canarische eilanden) stelde vast dat er verbluffende gelijkenissen zijn met oude trappiramides in onder andere Mesopotamië, Mexico en Peru.








Er zijn echter geen onweerlegbare bewijzen van de exacte leeftijd van de piramides in Güímar. Maar in de heuvels zijn wel voorwerpen gevonden daterend uit de zevende tot elfde eeuw. Wat wel vaststaat is dat de piramides precies zijn uitgelijnd met de zonnewende van zomer en winter.

Een offer om de zon gunstig te stemmen


Een klein museum toont voorwerpen die bij opgravingen gevonden zijn waarbij parallellen met de eerder genoemde landen duidelijk zichtbaar gemaakt worden.

Naast de piramides en het museum heeft men in een tuin ter lering ende vermaak van de bezoekers planten en bomen van het eiland bij elkaar verzameld hetgeen een mooi overzicht geeft van alles wat hier groeit en bloeit. Al valt het bloeien wel wat tegen, zal wel te laat in het jaar zijn. Maar het is toch zeker de moeite waard om hier doorheen te lopen.



Na zoveel cul- en natuur wordt het voor ons weer tijd om de zon te gaan aanbidden. Onze tempel is een stretcher aan de rand van het hotel-zwembad.
Greenpeace, help! Er is een nieuwe golf walrussen aangespoeld.


maandag 18 november 2019

Nee hé, regen!



Midden in de foto de geblokkeerde tunnel

Vanuit Garachio vervolgen we onze rondrit richting Punta de Teno, alleen komen we daar nooit aan. Dat kan mevrouw niet helpen, de enige weg naar deze landpunt loopt door een tunnel. Deze tunnel is door onbekende redenen, met ons Spaans komen we niet verder dan Allo, dicht. Geen doorgang dus ook geen pittoreske vuurtoren. We vertellen mevrouw dat we terug naar het hotel willen. Waarbij we haar niet helemaal slaafs volgen in de aanwijzingen. Ze is immers onbekend met de rijksweg die vanaf Santiago del Teide naar Adeje leidt. Maar zo ver zijn we nog lang niet.



We volgen de TF-436 die vanaf de noorden parallel aan de westkust naar het zuiden loopt. Dit is echter geen rechte strakke weg, via menig haarspeldbocht komen we steeds hoger. Door dorpjes als El Palmar, Las Portelas en Casa la Vica slingert de weg door bergen. Maar dan gebeurd hetgeen we eigenlijk helemaal niet willen: ik moet op zoek naar de hendel van de ruitenwisser. Soms zacht en dan weer hard valt er voor het eiland goddelijke water naar beneden. Maar daar zitten wij helemaal niet op te wachten. We komen hier voor het mooie weer! Maar ook nu geldt dat ieder nadeel een voordeel heeft. Ruiten schoon en mooie sfeervolle plaatjes.




Eenmaal terug op de rijksweg rijden we niet direct door naar het hotel maar nemen we nog de afslag Los Gigantos. Het is na vijf uur dus in ons hoofd etenstijd. Gelukkig zijn de restaurants hier niet pas om half zeven of later open. We zijn in een vissersplaatsje dus we gaan lekker vis eten.






Tot slot even een hele kort ander onderwerp. Ooit een walrus met een zwembroek aan gezien? Nou, ik wel. Terwijl ik deze blog schrijf aan de rand van het zwembad ligt er een hier op een stretcher vlak naast me. Greenpeace, kunnen jullie deze even terug de zee in slepen?

zaterdag 16 november 2019

Off Road




Tenerife is onderdeel van Spanje hetgeen betekent dat het bij Europa hoort. Dat heeft een aantal voordelen zoals overal internet binnen je eigen bundel, je kunt er met de Euro betalen (Spanje is een euroland) en mijn navigatie heeft alle Europese landen in zich dus ook Tenerife. Ter voorbereiding heb ik thuis al een paar adressen ingevoerd maar hier heb ik ook ter plaatse nog andere adressen aan toegevoegd. Zo ook een paar plaatsen voor een rondrit door het Noordwesten van het eiland.

De eerst plaats op de route is Santiago del Teide. Op het vliegveld hebben we een kaartje van het eiland gekregen en op deze kaart zien we de rijksweg TF-1 mooi tot deze plaats doorlopen. Deze rijksweg ligt als een soort rondweg om het eiland heen waarbij driekwart van het eiland via deze weg bereikt kan worden. Ik heb de navigatie op deze plaats ingesteld en de eerste 10-tal kilometers is de mevrouw van de navigatie het wel met mijn gekozen weg eens. Maar een kilometer of 20 ten noorden van Adeje begint mevrouw te sputteren. Voor ons ligt een mooie strakke, licht glooiende 2-baans weg maar mevrouw roept dat we off road rijden en we vooral moeten keren. We negeren haar maar even, maar ze laat zich niet zo snel aan de kant schuiven. Waarbij ze echter op ‘Keren’ netjes ‘Alstublieft’ laat volgen. Pas als de rijksweg stopt (waarschijnlijk is het geld om verder te bouwen op) en we op een oudere weg terecht komen past onze rijrichting bij de instructies van mevrouw.



Gelukkig is ze niet beledigd en volgen haar instructies om door te rijden naar Icod de Los Vinos. We passeren dorpjes en gehuchten met mooie namen als Erjos, La Terra del Trigo en El Tanque. We parkeren in Icod omdat hier volgens onze ANWB reisgids een bijzondere boom staat: El Drago. El Drago is een bejaarde onder de Tenerifse bomen, al meer dan zeshonderd jaar staat deze Drachaena drago midden in het dorp. De bast van deze drakenbloemboom lijkt wel een een oud gerimpeld mannetje. We staan er niet alleen, ondanks dat het november is kom je overal voldoende toeristen tegen. Gelukkig geen hele hordes maar we lopen nergens moederziel met zijn tweetjes.

El Drago



Na het bekijken van de boom dwalen we nog een beetje door het stadje en zoeken daarna de auto weer op. Mevrouw van de navigatie, graag de route naar Garachio. Mevrouw navigeert ons door smalle straatjes naar de volgende bestemming. Garachio ligt direct aan de kust en dat is goed te merken. Reden we vanmorgen met volop zon weg, hier is het anders. Zwaarbewolkt met een harde wind. De Atlantische oceaan doet zijn best het eiland een beetje kleiner te maken. Hoge golven knallen op de harde kust, het levert mooie plaatjes op.

Behalve dit is het dorpje verder niet al te spectaculair. Een kerkje met klein museum, een dorpsplein en smalle straatjes. Leuk om ook hier wat rond te wandelen en dan weer verder.









Mevrouw, de volgende bestemming is Punta de Teno.

zaterdag 9 november 2019

Isla Canarias

Tenerife is een van de zeven grotere eilanden die samen mer nog zes kleinere eilanden de autoname Spaanse regio Isla Canarias, bij ons beter bekend als de Canarische eilanden, vormt. Ik weet niet wat jullie dachten maar ik was altijd in de veronderstelling dat de naam Canarische eilanden zijn oorsprong heeft in de kanarie, dat leuke veelkleurige zangvogeltje. In die veronderstelling was ik dan ook hoogst verbaasd dat ik in verschillende souvenierwinkels prullaria tegen kwam met een papagaai erop, nergens iets met een kanarie. Liggend in de zon besloot ik mijn algemene kennis van de wereld eens met wat wikepedia wijsheid uit te breiden.

Uitzicht vanaf ons hotel, 188 meter boven zeeniveau *)


De naam Canarische Eilanden lijkt afgeleid van het Latijnse Canariae Insulae, wat hondeneilanden betekent. Oorspronkelijk werd deze naam alleen voor Gran Canaria gebruikt. Wanneer en waarom later alle eilanden deze naam gekregen hebben is niet bekend. Er zijn drie mogelijke redenen waarom de eilanden Hondeneilanden genoemd worden.
- er liepen veel grote honden op het eiland rond
- met honden worden se zeehonden bedoelt die vroeger rondom de eilanden veel voorkwamen
- de oorspronkelijke bewoners, Guanchen, de hond als een heilig dier beschouwden

Welke verklaring er ook is, één ding staat wel vast: de eilanden zijn niet naar de zangvogel genoemd. De Senerius canaria is juist in 1758 door de botanicus Linnaeus op de eilandengroep ontdekt daarom heeft het vogeltje de ‘roepnaam’ kanarie gekregen.

*) van 0 naar 188 meter in een wandeling van 2,26 km  is best wel een behoorlijke kuitenbijter. Dat geeft een gemiddelde stijging van 12%.

Het Zuidwesten waar Adeje ligt is vooral  kaal en droog

In de volgende blog gaan we het eiland  met onze Toyota Yaris hybride automaat, gehuurd voor een week voor maar € 137,00 (kilometers vrij), verkennen. En dan komen we op hele mooie plekjes.

vrijdag 8 november 2019

Een gebroken belofte

Het is alweer ruim een jaar geleden dat ik mijn blog-typemachine op tafel zetten om jullie mee te nemen op reis. Genoot ik in de vorige blog van de Griekse zon, dit keer wil ik jullie meenemen op een korte trip naar de zon. Een weekje lekker onthaasten in warm lenteachtig weer. En om dat weer te vinden zijn we op het vliegtuig (ik heb geen last van vliegschaamte) gestapt, hebben de piloot gezegd waar we heen wilden en ruim viereneenhalf uur later zijn we op de plaats van bestemming. Even de huurauto opgehaald en door naar ons hotel.


Het is even voor zes uur en de zon maakt aanstalten om zich achter de horizon terug te trekken. Het wordt dan ook tijd on jullie wat meer te vertellen waar ik, samen met Annemiek, geland ben. We zitten in het KN Panoramica Hotel in Adeje, Tenerife. Tenerife is een van de Canarische eilanden en is onderdeel van Spanje, dus Europa hetgeen voor het internetten het allemaal lekker makkelijk maakt.

We zitten dus in Spanje en daar mee kom ik meteen op de titel van de eerste blog van deze Tenerife-serie. Ja, ik ga jullie in woord en beeld de komende paar weekjes weer een beetje spammen. Terug naar de titel, daarvoor moeten we een heel ver terug in de tijd, in de pre-internetperiode waar alleen sterke mensen een mobiel konden dragen. In 1986 zeiden Annemiek en ik volmondig ‘Ja, ik wil’ tegen elkaar en daar hoort, vonden wij, een huwelijksreis bij. Jong en onervaren als wij waren besloten we een weekje zon te boeken aan de Spaanse Costa del Sol. In Salou verbleven we een week in een hotel. De gegarandeerde zon in  september resulteerde in veel bewolking, avonden met onweer (hele stad en dus ook hotel zonder stroom) en opdringerige obers bij het avondeten. Natuurlijk hadden we elkaar maar leuk was het niet echt. Gelukkig was deze valse start van ons huwelijk niet representatief voor ons verder leven samen. Tot nu toe hebben we het ontzettend goed met elkaar. Na deze sepert heb ik vooral aan mijzelf belooft niet meer naar Spanje te gaan. En zie hier, zit ik op een balkon naar de ondergaande zon te kijken terwijl om mij heen Spanjaarden en Spanjaardinnen druk voor ons aan het werk zijn om ons verblijf onder de Spaanse zon zo aangenaam mogelijk te maken. De jaren hebben me blijkbaar milder gemaakt en tot nu toe verloopt het allemaal bijzonder lekker. Tijd om wat te gaan eten. De volgende blog neem ik jullie mee het eiland op.