maandag 10 maart 2014

Beestjes in je bed.


Alex, de man van Rinty, is een drukke man. Bijna continue gaat wel een van de drie(!) mobiels. Dit regelen, dat afspreken, wat net geregeld is nog maar weer eens bevestigen. De eerder gemaakte afspraak maar weer even nabellen. En anderen bellen hem op dezelfde manier ook. Nu komen wij deze twee weken ook wel op een iets wat ongelukkig tijdstip. Het huidige huis in Jinja wordt veel eerder dan verwacht gesloopt, gelukkig is al wel een nieuw huis gevonden. Maar daarvoor moet nog van als geregeld worden om in onze tweede vakantieweek te kunnen verhuizen. Bellen, bellen, bellen. En dan moet ook nog een nieuw bedrijf opgericht worden. Bellen, bellen, bellen. De vrijlating van een ter dood veroordeelde. Bellen, bellen, bellen.
En naast als dit druk zijn, ook nog eens actief als politici. Waarbij 2015 het jaar moet worden waarbij Alex als vertegenwoordiger van zijn streek (rondom Buwenge, een uur rijden ten Noorden van Jinja) mee gaat doen met de parlementsverkiezingen. Alex is al een beetje begonnen met campagne voeren. En wij zijn daar vandaag onverwachts in mee getrokken. En dat allemaal door 'Bed bugs'.

Enige tijd geleden vertelde een vriend uit Buwenge, het geboortedorp van Alex, dat hij problemen heeft met bedluis. Alex herinnert zich dit probleem nog uit zijn jeugd en wil wel nadenken over een oplossing. Nu bleek al snel dat veel meer mensen dit probleem hebben. En de oplossing is zo simpel: een bestrijdingsmiddel aanschaffen. Dat kost geld, hetgeen voor veel mensen een probleem is. Geld is zo ie zo voor veel mensen hier een probleem. Sociaal als Alex is besluit hij voor de mensen in zijn dorp het middel te kopen en tijdens een bijeenkomst uit te delen. Alex heeft ons uitgenodigd om mee te gaan naar deze bijeenkomst. De weg is beroerd maar de vaste chauffeur van Alex, Alex kan dan bellen, bellen en bellen, stuurt behendig en veilig. We stoppen even bij de kledingwinkel in het dorp waar de bruidsmeisjes voor het huwelijk van Rinty en Alex zijn aangekleed. Even langst oma en dan naar het marktplein.

Daar is het al een drukte van belang. Uit grote boxen schaalt muziek en kinderen dansen vrolijk in het rond. Zodra ik uit de auto stap word ik omringd door allemaal kinderen. En die willen allemaal een handje. Wat ongemakkelijk door deze aandacht begeven we ons naar drie stoelen die voor ons klaar staan. Zeker 500 ogen staren ons aan, we staren maar terug.
Alex is de man met het jasje aan.

We worden door een stuk of vier mensen welkom geheten en dan is het tijd dat Alex in actie komt. Ik ken Alex net een paar dagen en tot nu toe is hij een bescheiden rustige jonge man. Maar nu komt een hele andere kant van hem naar boven. Uit de boxen schaalt een bepaalde liedje en Alex danst in het rond. Hij weet met zijn charme de mensen mee op sleeptouw te nemen. Allerlei mannen zijn de klos en moeten mee dansen. Tot groot plezier van de vrouwen. Dan is het tijd voor zijn speech. 


Geen idee wat hij allemaal zegt maar de mensen luisteren geboeid. Na zijn speech gebeurd er iets minder grappig. Het schijnt de gewoonte te zijn dat op bijeenkomsten gasten ook iets zeggen. Juist ja, wij zijn dus gasten. Wordt je dus even met je kl..(jullie begrijpen wel wat ik bedoel) voor het blok gezet. En dan zou ik ook nog moeten dansen. Speechen, als het moet. Dansen, echt niet. Ook Rian is de klos. Zij besluit wel een dansje te wagen, gelukkig voor haar ondersteund door een aantal vrouwen. 

En dan is het tijd om het middel uit te delen.


In de auto staan vijf jerrycans. Aan het begin heeft Alex drie jerrycans laten uitladen. Nu, best wel gehaaid, tovert hij een vierde jerrycan uit de auto. Gejuich klinkt op. De vijfde jerrycan geeft hij apart aan een aantal dames die voor ouderen zorgen. Deze dames zorgen ervoor dat deze mensen ook het middel krijgen. Iedereen in het dorp kan dus het spul krijgen. De chaos lijkt even compleet als de mensen zich als vliegen op verse paardenpoep op de jerrycans storten. Maar na enig duwen en trekken ontstaan spontaan vier rijen waarin de mensen op hun beurt wachten. Het is een vrolijke boel. Er klinkt nog steeds muziek en er wordt gedanst. We worden uitgebreid bedankt en ik vertrek met een beetje nare bijsmaak het plein.
Het is gezellig in de rij.


"It's not political" zoals Alex het noemt kan er bij mij niet helemaal in. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen en ik geloof ook wel dat in eerste instantie de actie vanuit de mens Alex is gekomen. Maar het vervolgens omgezet is naar een stukje PR voor de politici Alex. Het nuttige met het aangename gecombineerd. En dat hij mij als Mzungu daarbij handig heeft gebruik, zonder het van te voren te weten, is niet prettig. Al probeert hij mij op de terugreis van het tegendeel te overtuigen, helemaal weg gaat de bijsmaak niet. Maar ja, ik wil het land in zoveel mogelijk facetten beleven. En daar hoort dit blijkbaar ook bij.

donderdag 27 februari 2014

Aanzoek zonder ringen



Ondanks dat ik al ruim 27 jaar meer dan bijzonder ernstig gelukkig getrouwd ben, blijf ik natuurlijk wel een man. En ik heb mijn ogen niet in mijn achterzak zitten. Ook niet op reis zonder mijn vrouw. En vanuit dat mannelijk oogpunt is in Oeganda bijzonder veel moois te zien. Ja, eerlijk toegegeven: ook hier lopen vrouwen rond die misschien wel moeders mooiste zijn maar zeker geen schoonheidswedstrijd zullen winnen. Maar dat wordt ruimschoots goed gemaakt door de andere vrouwen. Wat zijn de Oegandese vrouwen mooi!!!

Hieronder een klein overzicht van een paar mooie vrouwen. Althans, volgens mijn maatstaven. Van heel jong tot oud. Het is bijzonder genieten. Van de 20+ wel te verstaan!! De kleine vrouwtjes zijn gewoon leuk. Alleen jammer dat mooie vrouwen soms zo boos kunnen kijken. Zonde.


Ondanks dat er zoveel mooie vrouwen rond lopen kan het natuurlijk ook gebeuren dat je in gesprek raakt met een iets minder mooi exemplaar. Dat overkomt mij dus in het ziekenhuis. Tijdens een van de rondes met Rinty (meer hierover in mijn volgende blog) raak ik in gesprek met een verpleegster. Vriendelijke vrouw die geduldig antwoord geeft op de vragen die ik haar stel. Hoe het gesprek precies gelopen is weet ik niet meer maar op een gegeven moment meldt de dame dat ze mij wel leuk vindt. Klapper, klapper met de oren. Ja, echt ze zou best wel met mij willen trouwen. Nog meer klapper, klapper terwijl in de hoek Rinty bijna stikt in een ingehouden lach. Toch maar even nagevraagd of ze bedoelt dat ze met me zou willen trouwen. Ja, dat wil ze wel!
Mijn verloofde?

Heb ik weer, zoveel mooie vrouwen en ik word ten huwelijk gevraagd door een ouder, niet lelijk maar zeker niet mooie, vrouw. En dan ook nog eens een beetje te veel vrouw. Vriendelijk heb ik de aanzoek aangenomen met de melding dat ik het in overweging neem. Direct afwijzen vind ik zo bot. En zo ben ik niet (uhm). Dus mogelijk loopt in Tororo nu een verpleegster rond met het idee dat ze nog een kans maakt bij een Mzungu. Niet wetend dat ik echt mijn liefste niet voor haar zou willen inruilen.

Nu is de verpleegster niet de enige vrouw die haar aanbidding voor mij kenbaar maakte. Wandelend op de markt in Fort Portal hing opeens een heel klein vrouwtje aan mijn benen. Heel kort maar toch blijkbaar even volledig onderste boven van mijn goddelijke lijf. Of waren het gewoon mijn witte bennen die ze even wilde aanraken. Hou het op het eerste.


dinsdag 25 februari 2014

Op ziekenbezoek



Waar ook ter wereld je bent: ziek zijn is nooit leuk. Maar als ik dan iets zo mankeren en naar een ziekenhuis toe zou moeten dan toch liever in Nederland dan in Oeganda. Ondanks de wachtlijsten en de verhoogde eigen bijdrage is de zorg in Nederland toch wel iets beter georganiseerd dan in Oeganda. Omdat het kantoor van het hospice in een gebouw gehuisvest is op het terrein van het ziekenhuis van Tororo en omdat patiënten ook in het ziekenhuis al hulp van het hospice team krijgen heb ik een kijkje mogen nemen hoe het hier aan toe gaat.
Kinderafdeling
familie buiten de zaal

Polikliniek
Mannenafdeling
De gezondheidszorg is in Oeganda natuurlijk heel anders georganiseerd dan in Nederland. Huisartsenpraktijken kennen ze hier niet. Overal kom je wel klinieken tegen, soms opgezet door de overheid of buitenlandse organisaties. Maar ook wel door bedrijven die daar dan gewoon een boterham aan willen verdienen, waardoor het voor Jan-modaal al minder toegankelijk wordt. Het ziekenhuis in Tororo is een openbaar ziekenhuis waar Jan-modaal wel terecht kan. De medische zorg die gegeven wordt is, van horen zeggen, goed.

Uit heel de streek komen de patiënten naar de polikliniek, je zou dit met onze HAPS kunnen vergelijken. Voordeel hier is wel weer dat je voor bijvoorbeeld een röntgenonderzoek of bloedprikken wel meteen een deurtje verder kan. Je moet wel over voldoende geduld beschikken. Is de aandoening met een pil of drankje te verhelpen, even langst de apotheek in dezelfde ruimte en weer naar huis.

Voor de ongelukkige waarbij een pil of drankje niet afdoende is, is (vaak zonder wachtlijst!) plaatst in de "Wards" (zalen). En dit is voor ons Westerlingen zeker wel even slikken. Als patiënt krijg je een (soms niet verroest) bed, een vlekkerig matras, een klein kastje en een klamboe. En de strikt noodzakelijke medische hulp. Meer moet je van de dokter en de verpleegkundigen niet verwachten. Voor de rest ben je volledig afhankelijk van de zorg die familie je wil/kan geven.
Etenstijd, bedenk dat achter mijn rug
de patiënten in bedden liggen


Schone lakens, komen van familie die de vuile lakens op het buitenterrein van het ziekenhuis wassen. Op de po, de patiënt wassen: wordt door de familie gedaan. Eten? De familie sleept alles mee van huis, inclusief draagbare fornuisjes. Op een aantal plaatsen rond het ziekenhuis branden vuren en wordt het eten bereidt. Nadat de patiënt gegeten heeft eet de rest van de familie. Privacy? Nul komma noppes niets. Geen gordijntje als je gewassen wordt. Een metertje ruimte tussen de bedden waar de familie een matje neer legt om zo bij de patiënt te kunnen zijn. Oke, mannen en vrouwen zijn gescheiden. Maar heb je de pech als tiener in het ziekenhuis te komen dan kun je zo naast een oude van dage terecht komen. Kleine kinderen hebben een eigen afdeling die voor een deel binnen is maar ook (onder een afdak) buiten. Doodzieke kinderen liggen op een dun matje, hopend dat de geboden hulp afdoende is.

Bezoekuren bestaan niet, de hele dag loopt de familie rond. Alleen als de dokters hun ronde doen wordt een afdeling tijdelijk gesloten. Het verpleegkundig personeel is duidelijk onderverdeeld in kwalificaties hetgeen te zien is aan hun uniform. Loop je in een groen of blauw uniform rond dan ben je in opleiding. Paars betekent dat je na 2 jaar opleiding je certificaat hebt gehaald. Rose, had je iets meer geld (vervolgopleidingen moeten zelf betaald worden) om nog een extra jaar te studeren. Heb je een opleiding gevolgd te vergelijken met wat wij hier in Nederland MBO en HBO zouden noemen, dan krijg je een diploma. Dat is dus 'meer' als een certificaat. Goed voor een wit pakje. En de hoeveelheid diploma's wordt dan weer getoond door middel van gekleurde riemen. Wit met de zwarte band is het hoogst haalbare. Dan heb je alle denkbare diploma's waarbij je ook verloskunde moet hebben.

Frisgewassen operatiekleding
650 woorden en een handjevol foto's kunnen slecht beperkt weergeven welke indruk dit ziekenhuis op mij heeft achtergelaten. Als ik een cultuurshock heb gevoeld tijdens mijn verblijf in Oeganda dan is het wel iedere keer als ik door het ziekenhuis heen liep.

zondag 23 februari 2014

Hospice Tororo: andere zorg

Naast de palliatieve zorg heeft het hospice ook een psychosociaal programma. De zorg stopt dus niet bij een pilletje en een poedertje. Deze zorg wordt verzorgd door Denis en kent vele vormen. Bij het bezoek aan Sarah heb ik al verteld dat mede door bemiddeling van het hospice twee kinderen naar school kunnen. Vandaag gaan we met Denis mee het veld in en zien we wat het psychosociaal programma nog meer inhoudt.

Een regelmatig terugkerend onderdeel van de psychosociale zorg is een rouwbezoek. Het is vrijwel
onvermijdelijk dat als je mensen begeleidt bij vaak de laatste fase in hun leven dat er ook een moment is waarop de medische zorg stopt omdat de patiënt overlijdt. Na het overlijden van een patiënt wordt altijd de familie nog een keer bezocht. Het is daarbij een gebruik dat de bezoeker dan wat geld meeneemt. De familie van een overleden patiënt krijgt van het hospice 5000 UGX (+/- € 1,50) om een deel van de begrafenis kosten te kunnen dekken. De overleden wordt op het platteland meestal in een hoek van het eigen land begraven. Woon je in een stad of dorp dan wordt vaak een stuk land buiten het dorp/stad gekocht om daar de familie te kunnen begraven. Grootschalige begraafplaatsen ben ik, op de Commonwealth War Cemetery in Tororo na, niet tegengekomen.
Een van de weinige mannen
die ik met een kind op de arm ben tegengekomen.

Naast deze nazorg heeft Denis inmiddels een groot netwerk opgebouwd waardoor hij ook allerlei andere vragen van mensen kan beantwoorden. Zo komt een man uit de buurt van de overledene met een vraag hoe ze een buurtgenoot moeten aanpakken die veel te jonge meisjes misbruikt. Hij 'koopt' dit af met geld. Terecht fel adviseert Denis de mensen om hiermee naar de politie te gaan. Ook in Oeganda mag dit niet!



Na het bezoek aan de rouwende familie gaan we naar een mevrouw aan de rand van een andere dorpje.
Deze mevrouw heeft een vreselijke wond (zal jullie de foto besparen) op haar hoofd en is ook opgenomen in het palliatieve programma van het hospice. Denis gaat langst om te kijken of andere hulp noodzakelijk is. Haar man heeft de benen genomen, een aantal kleine kinderen bij haar achterlatend. Haar bezit is een heel klein hutje zonder land. Van een buurvrouw mag ze een stukje land lenen om wat te kunnen verbouwen. Dit toch wel trieste verhaal heeft ook een keerzijde. Mevrouw is ontzettend eigenwijs en ongeduldig. Ze is voor haar wond al een paar keer naar het ziekenhuis geweest. Maar dan moest ze volgens haar te lang wachten en is ze weer weggegaan. Apart, deze twee weken enorm veel Oegandesen zien zitten niets doen, maar zet ze in een rij en ze worden ongeduldig. Denis probeert via de telefoon te regelen dat nog een verpleegkundige langst komt met medicijnen, of dit uiteindelijk ook gelukt is is mij niet helemaal duidelijk.
Denis

Het laatste bezoek van
vandaag brengt ons op een hele verrassend plaats. Een oprijlaan met een hek met er achter een groot huis in aanbouw. We worden begroet door de eigenaar van het huis, een grijze goed Engelssprekende man. Hij heeft bij de overheid gewerkt en heeft duidelijk de geiten (schapen zie je hier niet veel) op het drogen. We komen hier niet voor hem maar voor zijn schoonzus. Ze komt met twee kleine jongens uit een onooglijk klein hokje wat naast het grote huis staat. Of dit de keuken is of haar huisje is niet helemaal duidelijk. Ik hoop het eerste, vrees het laatste. De overheidsmeneer is immers niet verantwoordelijk voor de huisvesting van zijn schoonzus, het contrast is wel groot. De vrouw is nog redelijk jong, maar heeft wel een medisch probleem wat het slikken van pijnstillers zeker zou rechtvaardigen. Dat doet ze echter niet! Want daar wordt ze zo duf en slap van dat ze niet meer goed voor haar man kan zorgen. Ze is dan 's avonds veel te moe om aan alle huwelijkse verplichtingen te voldoen.

Ondanks de verschillende bezoeken van Denis is ze niet te overtuigen. Ook manlief, die blijkbaar ook wel te veel van een borrel houdt, weet haar niet te overtuigen. Zwager ziet het niet echt als zijn taak op haar in te praten of hulp te bieden. Eigenlijk een niet al te zinnig bezoek, overleg met de verpleegkundigen is nodig om te kijken of ze pijnstillers kan krijgen waarvan ze niet zo duf wordt. Als dat niet kan dan houdt ook de hulp die het hospice kan bieden een keer op. De hulp werkt natuurlijk alleen als de patiënt (of haar familie) mee wil werken. Anderzijds is deze mevrouw ook weer het bewijs dat Oegandese vrouwen zeker niet zwak zijn, een sterke eigen wil en verantwoordingsbesef hebben. Misschien alleen soms een beetje te veel.
Wordt hij straks  "een kind van de rekening?"


vrijdag 21 februari 2014

2 emmertjes water halen, 2 emmertjes pompen...


Een van de watertorens van het ziekenhuis
Hoe lang is het niet geleden dat dit liedje in Nederland gezongen werd en het ook nog realiteit was? Ik denk dat onder mijn bloglezers misschien nog één of twee mensen dit echt hebben meegemaakt. Veilig drinkwater, het is zo vanzelfsprekend voor ons. We draaien een kraan open en daar hebben we heerlijk gemeentepils. Douchen doen we met lekker warm water. Oke, soms heb je een paar uurtjes geen water maar dan weet je dit vaak al heel lang van te voren. Lastig maar niet onoverkoombaar. Het zal jullie niet verrassen dat het in Oeganda allemaal iets minder vanzelfsprekend is.

De meest ideale situatie wat betreft de watervoorziening vindt je bij overheidsgebouwen, even het presidentieel paleis van Museveni buitenbeschouwing gelaten. Daar zijn we even niet aan toe gekomen om op visite te gaan. Via leidingen komt min of meer gezuiverd water bij het gebouw aan. Om nu zeker van een constante waterdruk te zijn hebben deze gebouwen een grote plastiek ton waarin het water verzameld. Een soort watertoren. Je ziet deze watertorens ook bij verschillende huizen staan. De torens zorgen voor de waterdruk maar zijn ook een reservevoorraad voor als via de leidingen geen water binnenkomt. En dat gebeurd vaak en ook wel eens lang. Zelf het ziekenhuis kan hier last van hebben. Dan kan nog even de reservevoorraad worden gebruikt, maar ook dat raakt ook wel eens op.

Een stapje lager in dit ideaalbeeld zijn de gewone huizen die direct aangesloten zijn op het waterleidingnet. Alleen dan zonder torentje. Dan heb je dus geen reserves als een kraan alleen maar lucht geeft. Omdat dit regelmatig gebeurd zorg je voor een reservevoorraad in jerrycans. Meestal kom je het hier wel een periode-zonder-water-uit-je-kraan mee door. Vervelender wordt het als je met een paar huizen op dezelfde waterkraan aangesloten bent en één van de buren vergeet te betalen. Dan wordt de watermeter zonder waarschuwing weggehaald. En voordat je die weer terug hebt dan ben je zo vier dagen verder. Dit overkomt ons in de eerste week in Tororo. Wassen met een teiltje en een beker is dan het alternatief voor douchen. Na drie dagen ben je dan ook door de reservevoorraad van 75 liter heen. Tja, dat is een uitdaging. Maar gelukkig wil een buurvrouw de uitdaging wel aangaan. Voor 70 cent haalt ze 500 meter verder bij een school twee jerrycans water voor ons. Hier wordt regenwater opgevangen en kan gratis afgetapt worden. Goed voor wassen en de wc doorspoelen. Goed doorkoken en je kunt thee of koffie maken.

Even tussendoor: ik zit de concepttekst voor deze blog te schrijven op een stoeltje net buiten het kantoor van het hospice. Allerlei mensen passeren en lachen vrijwel allemaal vriendelijk naar mij. Zo ook een jongeman met een groene sweater aan. Een sweater van het Kelowna Baseball Team. Kelowna? Ja geachte lezers, dat is inderdaad de plaats in Canada waar ik in november ben geweest. De wereld is soms klein, al kun je je afvragen of deze jongen enig idee heeft waar het shirt vandaan komt.
Ze hebben er wel plezier in

Goed, de buurvrouw loopt voor ons tweemaal 500 meter met 25 kilo water op haar hoofd. Hetgeen ze overigens wel gewend is want haar huisje heeft geen kraan. Iedere dag een paar keer met water lopen sjouwen. Met het verschil dat ze vandaag er nog een beetje geld mee verdient. Ook kinderen zie je al op jonge leeftijd met jerrycans met water onderweg van regenton of waterpomp naar huis. Jongens gebruiken vaak fietsen, meisjes lopen met de jerrycans op hun hoofd. Hoe jonger het meisje hoe kleiner de can. Langzaam opbouwen naar de grootste can van 25 liter.

Het verzamelen van regenwater zoals bij de school wordt nog niet veel gedaan. Veel algemener is
Pompen voor bronwater
bronwater, uit de grond te halen met een handpomp. Overal in het land kom je deze bronnen tegen. Ook naast het ziekenhuisterrein is een pomp waar door iedereen water getapt kan worden. Continue lopen mensen met cans het terrein af om water te halen voor de verzorging van hun familieleden.

De laatste manier om aan water te komen is het vullen van cans in riviertjes en beekjes. Je ziet riviertjes en beekjes niet zo heel veel en zeker in de drogere zomertijd is het water zeker niet veilig. Maar beter iets dan niet. Terwijl stroomopwaarts men zichzelf en de kleding wast, wordt een paar meter stroomafwaarts jerrycans gevuld. Goed koken voor gebruik is wel verstandig.
Deze dames halen water uit een beekje,
overigens niet hetzelfde beekje als waar
hierboven in gewassen wordt.

Niet alleen water wordt op het hoofd vervoerd







maandag 17 februari 2014

Community Outreach

Op de achtergrond de rots van Tororo
Ik denk, laat ik deze blog eens met een moeilijk woord beginnen: Community Outreach. Als je het iets simpel wilt dan zou ik ook Field Center kunnen gebruiken. Is dan wel simpeler maar ik verwacht dat de niet-ingewijde bloglezer hier nog niets mee kan.

Community Outreach is een manier van bezoek aan patiënten thuis, maar dan weer net niet helemaal. Je plant een bezoek bij een patiënt thuis en nodigt een aantal andere patiënten die in de buurt wonen uit om naar het huis van de eerste patiënt te komen. Hierdoor voorkom je reistijd, waardoor je in kortere tijd meer mensen kan helpen. Bijkomend voordeel is dat verschillende patiënten met elkaar in contact komen en ervaringen met elkaar kunnen uitwisselen.

Hier in Oeganda spreken ze inderdaad nog steeds over patiënten en niet zoals in Nederland over cliënten. Hier ook geen modernistisch geneuzel van een dokter die aan de cliënt vraag: 'Wat denk u er zelf van'. Nee, patiënt verteld wat hij/zij voelt en waar hij/zij last van heeft en de dokter bepaald wat er moet gebeuren. Lekker duidelijk.

Faith, ondanks alle misère een gulle lach
Maar goed, terug naar het field center. Ik kan deze manier van zorg verlenen ervaren met Faith. Faith is één van de drie verpleegkundigen die tegen een onkostenvergoeding het hospice helpen bij bezoeken aan huis. Faith maar ook Lucy en Stella zetten zich in voor de patiënten van het hospice terwijl ze ook zelf meer dan drukke banen in het ziekenhuis hebben. Petje af hoor dames!

We ontmoeten de eerste drie patiënten midden op een grote kale vlakte. On der een boom met grote stekels ontmoeten we een meneer en twee dames. In tegenstelling tot de patiënten tijdens de eerste dag in het veld ben ik de namen van deze mensen kwijt. Als we aankomen is de man al aanwezig. Hij woont in een van de huisjes bij de boom. Al snel komen de twee andere patiënten er bij. Een van de dames heeft zichtbaar veel pijn en klokt met gemak een dopje of 4-5 groenkleurige morfine naar binnen. Faith bespreekt de problemen per patiënt maar er wordt ook onderling over de problemen gesproken. De meneer heeft al wat ervaring met de sterkere rode morfine. Hij moet van Faith aan de nadere patiënt tonen hoe groot de dosering per keer moet zijn. Op die manier wordt de onderlinge band tussen de mensen versterkt. Er rust niet een heel groot taboe op zieke mensen maar helemaal volledig geaccepteerd is het nu ook weer niet. Op deze manier weten de mensen zich gesteund door lotgenoten. Ook dat is een deel van het werk van het hospice team.

Nadat de consulten zijn afgerond gaan we naar een 'standalone' patiënt. Midden in een bananenbomenbos staan een paar hutjes en zit een oude verweerde man op een matje. Zijn nog erger verweerde vrouw, duidelijk geen Oil of Olaz gebruikt, komt er iets later bij. Deze man heeft kanker waarvoor hij van het hospice pijnstilling krijgt. Maar deze meneer heeft een bijkomend probleem: hij heeft ook HIV waarvoor hij ook medicijnen nodig heeft. Nu mag het team van het hospice deze medicijnen niet uitgeven. De oudste zoon moet deze medicijnen ophalen in de HIV-kliniek in Tororo. Vorig jaar augustus heeft Faith hem hier  al op gewezen. Tot nu toe heeft hij de pillen niet opgehaald. Faith is op ze zachts gezegd niet blij en laat dat ook weten. Mogelijk komt het door schaamte van de zoon die niet gezien wil worden in een HIV-kliniek, de mensen zouden kunnen denken dat hij de ziekte heeft. Faith probeert uit te leggen dat veel mensen bij de kliniek komen om pillen voor anderen op te halen. Hopelijk stapt de zoon eindelijk over zijn schaamte heen en haalt de pillen voor vader. Met alleen de medicijnen van het hospice heeft deze man zo nog geen menswaardig slot aan zijn leven.

In nog geen anderhalf uur tijd vier patiënten bezocht. Outreach biedt het hospice team de mogelijkheid om heel veel patiënten in korte tijd te zien. Het is een van de manieren van zorg verlenen die in de toekomst door het hospice meer ingezet zal worden. Het dorp van Sarah leent zich daar bijvoorbeeld prima voor.





Plezier is er wel een beetje uit.

zaterdag 15 februari 2014

Culinaire reis?

Wat mij betreft heeft de reis naar Oeganda slechts één bescheiden culinaire hoogte puntje opgeleverd. Ik twijfel niet aan de toewijding waarmee het voedsel is gemaakt maar het is niet mijn 'piece of cake'. Alhoewel de cakejes uit de ziekenhuiskiosk wel lekker waren.

Fruitkraam langst de weg
Fruitkraam langst de weg
Fruit is overal volop te koop. Bijna net zoveel als bij ons in de winkel. Groot verschil is wel dat hier niet op een plekje of deukje gekeken wordt. Zo lang het niet te erg rot is is het gewoon eetbaar dus verkoopbaar. Tijdens lunchtijd, tussen 1 en 3 uur, wordt overal op straat gekocht en gebakken. Zolang je er voor zorgt dat het voedsel gaar en heet is kun je dat als buitenlander ook zonder problemen eten. Hooguit moet je spijsverteringskanaal even wennen. Met een te soepele stoelgang als gevolg. 's Avonds wordt laat gegeten. 8 uur is vroeg, ik heb zelfs wel eens om 11 uur aan gekookte Talapia met rijst gezeten. Is niet helemaal mijn ding.
Alex 'onderhandeld' over de prijs
Alex 'onderhandeld' over de prijs

Laat ik een paar typische Oegandese gerechten voorstellen.
Rijst, geen fijne droge korrel maar lijkt meer op paprijst.
Matoke, rijst, bonen en pindasaus voor 70 cent
Matoke, rijst, bonen en pindasaus voor 70 cent
Irisch patato, de gewone droogkokende aardappel.
Pindasaus, gemaakt van aardnoten waarbij het vliesje mee de saus in gaat. Geeft de saus een paarsige kleur.
Samosa
Samosa
Matoke, gekookte banaan. Niet de gele banaan die je uit de hand eet. Is een groene stevige banaan die ongekookt niet weg te krijgen is. Wordt ook wel gefrituurd. Smaakt gekookt naar aardappelpuree met een bananensmaak. Wordt ook wel eens gebakken.
Samosa, wat mij betreft de topper! Een soort loempia met groente of vlees. Moet je nooit koud eten.
Chiapati, soort pannekoek die overal en nergens bij gegeten wordt. Alternatief voor rijst of aardappel.
Kip op stok, gebarbecuede kip.
Geit op stok, net als kip op stok alleen dan geit.
Vlees op stok, net als de kip op stok alleen nu van rund. Alle stokgerechten zijn lekker als tussendoortje of met patat als hoofdmaaltijd.
Rollegg: chiapati met ei en groente.
Rollegg
Rollegg
Chiapati bakster
Chiapati bakster
Posho: agavebloem met water en melk, wordt een bruine pap. Kun je als ontbijt eten.

Algemeen kenmerk van het eten is dat het vooral voedzaam is. Het vult goed. De Oegandesen zien er over het algemeen goed gevoed uit. Voor mij betekent het dat ik iets lichter thuis kom. Maar dat kan geen kwaad.

Keuken van de ziekenhuiskantine
Keuken van de ziekenhuiskantine
Kip op stok
Kip op stok


Posho
Posho

En hier heb ik me maar niet aan gewaagd, gegrilde geitenballen
En hier heb ik me maar niet aan gewaagd, gegrilde geitenballen

Genieten!?