donderdag 13 februari 2014

Hospice Tororo: RESPECT!, Community sensitysation

Mijn eerste dag mee in het veld heeft zoveel indrukken bij mij achtergelaten dat ik nog een blog hieraan wil wijden. Zoals ik in de blog over Sarah al heb verteld is het de bedoeling dat bij Sarah nog één nieuwe patient langst kom.
Kinderen zien we overal
Kinderen zien we overal
Verrassing, de plaatselijke zelfbenoemde pastoor heeft het nieuws verspreid dat er een dokter, Rinty dus, langst komt die zieke mensen kan helpen. Nou, daar is masaal gehoor aan gegeven. Meer dan honderd mensen uit het dorp en de omgeving hebben zich op hun paasbest aangekleed en verzameld op de bescheiden compound van Sarah. We zijn door de regen verlaat, de pastoor heeft al een paar keer gebeld om te vragen waar we blijven. De massa begint ongeduldig te worden.
Ongeduldig wachten op dokter Rinty
Ongeduldig wachten op dokter Rinty
Oeps, slik, hellup, Rinty krapt eens achter haar oor. Dat wordt even schakelen. Allereerst wordt iedereen van de compound gestuurd zodat eerst Sarah de nodige aandacht krijgt. Als Rinty daarmee klaar is en ook de nieuwe patient heeft gezien kan de hele berg mensen er bijkomen. Van overal en nergens komen bankjes en kleedjes te voorschijn. Het lijkt wel of de groep tijdens het wachten nog groter is geworden. Iedereen gaat zitten en kijkt vol verwachting naar de dokter. Het is een mooi kleurrijk gezicht waar ik probeer onopvallend tussendoor te bewegen. Hetgeen overigens als mzungu totaal mislukt.
Rinty spreekt, Amos vertaald (en bobyguard?
Rinty spreekt, Amos vertaald ( en is bobyguard?)
Rinty slikt nog eens een keer en begint dan een algemeen verhaal over wat het hospice doet en op welke wijze ze zieke mensen kunnen hulpen. Ze vertelt ook duidelijk in het Engels wat de mensen niet van het hospice moeten verwachten. Ze probeert de verwachtingen van de menigte op het juiste niveau te krijgen. Pastoor vertaalt. Hetgeen Rinty aan het doen is noemen ze hier Community sensitysation. Een gemeenschap bewust cq bekend maken met een bepaald onderwerp. Hiervoor ligt bij het hospice al een programma klaar. Het programma bevat bijeenkomsten in het veld over pallitative zorg in het algemeen maar ook over veel voorkomende ziektes zoals kanker. Het ontbreekt nog aan menskracht om dit uit te gaan rollen, maar Rinty heeft vandaag dus een onofficiële aftrap van het programma gedaan.
De mensen keken al niet echt blij, maar na mate Rinty verder in haar verhaal komt, hoe nog minder blij er wordt gekeken. Duidelijk een te rooskleurig beeld door de pastoor voorgeschoteld gekregen wat nu door Rinty wordt bijgesteld. Als laatste vraag Rinty aan de mensen wie, na het aanhoren van dit verhaal, denkt hulp nodig te hebben van het hospice. Zeker honderd handen gaan de lucht in. Op zich natuurlijk vervelend voor de mensen die denken hulp te krijgen maar het is ook wel een grappig gezicht.
Medisch dossier
Medisch dossier
Tja, toch even denken hoe nu verder. Rinty besluit dat de mensen één voor één met hun medisch dossier bij haar kunnen komen. Iedereen die in Oeganda met een dokter of zo te maken krijgt, krijgt een eigen medisch dossier. Gewoon een schoolschriftje waarin de medici de gegevens noteren. Op die manier kan Rinty een snelle screening doen wie hulp van het hospice nodig heeft en wie bij de reguliere zorg moet zijn. De verhalen zijn soms aangrijpend maar ook wel de nodige niemandalletjes. Rinty nodigt een aantal mensen uit om voor een gesprek naar het kantoor van het hospice te komen. Van 3 mensen worden de adresgegevens opgeschreven zodat die bij een volgende ronde thuis bezocht kunnen worden. Om half vijf zitten nog steeds mensen te wachten maar Rinty besluit om te stoppen. Het is mooi geweest, we willen voor donker thuis zijn. Die overgebleven mensen moeten maar langst komen op kantoor voor de screening.
Voordat we vertrekken word ik door de pastoor nog hartelijk bedankt voor mijn komst. Ik ben 'Brother send by God'. Dus ik zou wel voor een kliniek in het dorp gaan zorgen. Ik laat hem maar even in de waan. Zal nog wel eens tegen gaan vallen voor hem.

Op weg naar huis
Op weg naar huis

maandag 10 februari 2014

Hospice Tororo: RESPECT!, Sarah

 

Na de eerste overweldige indrukken van het veldwerk van het Hospice-team, zal het vervolg van de 'mee het veld in dag' helemaal apart worden. Ook voor Rinty, die toch wel wat gewend is.

 

Sarah
Sarah

We reizen langst velden en weggen op weg naar Sarah. Bij Sarah is ook gepland dat een nieuwe patient naar het dorp komt voor hulp van het hospice. Om niet het verhaal van Sarah onder te laten sneeuwen, bij 30 graden in de schaduw een leuk gezegde, door alles wat in haar dorp gebeurd eerst haar verhaal. Natuurlijk is het verhaal van de eerste twee bezochte patiënten indrukwekkend, maar Sarah is anders. Nog geen 35 jaar oud, 5 kinderen (leeftijd tussen ongeveer 4 en 14 jaar) en een man die meer dronken dan nuchtig is. En dan weten dat je nog een jaar of 3-4 te leven hebt. Als het meezit. Maar Sarah is geen zielige zwakke vrouw. Nee, al wil het lichaam niet meer alles wat ze wil, uit haar ogen komt nog een kracht waar ik even van moet slikken.

Sarah en haar kinderen horen het goede nieuws
Sarah en haar kinderen horen het goede nieuws!

Behalve dat Rinty vandaag nieuwe medicijnen brengt is er ook nog goed nieuws. Denis, de sociaal werker van het hospice heeft het voor elkaar gekregen dat sponsorgeld vrijgekomen is van de organisatie 'Road of Hope' om de twee oudste zonen naar school te kunnen laten gaan. De regering biedt wel gratis onderwijs aan maar het verplichte uniform, boeken en schriften moeten zelf betaald worden. Zo gratis is het onderwijs dus niet. Rinty verteld dit nieuws aan Sarah waar de kinderen bij zijn. Ik heb nog nooit twee jongens van rond de elf jaar gezien die zo blij zijn dat ze naar school toe kunnen. En dat dankzij het goede werk van het hospiceteam. Niet alleen zorgen voor de zieke moeder maar ook voor de kinderen die straks waarschijnlijk alleen achterblijven. Tenzij Pa eindelijk eens zijn verantwoording oppakt als man van het gezin. Het oudste kind is een dochter die nu veel taken van moeder overneemt. Enige teleurstelling is er wel bij haar maar ook het besef dat zij als oudste meisje de taken van moeder zal moeten overnemen.

 

Blij om naar school te mogen
Blij om naar school te mogen.

Als gebaar van dankbaarheid voor het werk van het hospice heeft Sarah een kleine voorstelling georganiseerd, opgevoerd door een paar van haar kinderen en andere kinderen uit het dorp. Dit gebeurt net voordat we terugreizen naar Tororo. Een klein mannetje van nog geen 5 neemt plaats achter een trom en slaat vol overtuiging en perfect de maat. 6 Kinderen zingen religieuze liedjes en dansen daarbij. Moeder Sarah straalt, Pa die een keer niet dronken is lijkt het allemaal geen steek te interesseren. Je zou hem een schop onder z'n kont willen verkopen. Geweldig om te zien dat de mensen het werk van het hospice erg waarderen en dat door een kleine voorstelling ook willen laten zien.

De voorstelling
De voorstelling

Met Sarah nog in het achterhoofd zit ik beduusd op de Boba naar Tororo. Ik heb slechts even kort mee mogen kijken in het leven van Sarah en haar gezin. Deze blog geeft slechts een bescheiden afspiegeling van het leed wat Sarah en haar gezin is overkomen. Respect voor het team van het hospice om daar met pillen maar zeker ook met het regelen van hulp voor de kinderen enige verlichting in kan brengen.

 

De oudste dochter die geen kind meer kan zijn
De oudste dochter die geen kind meer kan zijn.

 

zaterdag 8 februari 2014

Hospice Tororo: RESPECT!, deel 2



Compound van Theresa
Compound van Theresa
Medicijnentas ingepakt, patiëntendossiers erbij gedaan. Helm op, tijd om te vertrekken. We rijden de Mbala-route, richting Merikit. Waar alle plaatsen allemaal liggen is op een kaart moeilijk aan te duiden, we rijden in ieder geval vanuit Tororo noordwaarts. Eerst nog over asfalt maar al snel wordt het zwarte asfalt vervangen door rood zand. Hetgeen niet per definitief slechter is. Overal kom je meer dan genoeg kuilen en gaten tegen. Op het ene moment zit de vaart er behoorlijk in en het volgende moment moet de Boba-man volop in de ankers om niet in een diepe kuil te belanden. Ik zit achterop bij een ervaren Boba-man dus gaat het wel goed komen.
Na de doorgaande zandweg loopt de route over kleine karrensporen of zelfs nog smaller. Het weer is prachtig en het landschap schitterend. Overal wordt vriendelijk gezwaaid en roepen kinderen Mzungu. Hetgeen wit mens betekent. En dat zwaaien ze met een grote glimlach op hun gezicht. Als kinderen mzungu roepen is dat geen belediging, doen volwassenen het dan kan dat beledigend bedoeld zijn. Ik zie veel blije kindergezichtjes. Een mzungu zien ze zeker niet elke dag op een Boba-Boba voorbijkomen. Tussen een paar bananenbomen door zien we een paar hutten bij elkaar staan. Hier staat het huis van de eerste patiënt Theresa.
Vlnr man van Theresa, Theresa, Rinty en Amos
Vlnr man van Theresa, Theresa, Rinty en Amos
De Oegandezen in de binnenlanden hebben veelal een eigen stukje land waarin ze in hun levensbehoefte qua voedsel kunnen voorzien. Soms is de opbrengst van het land meer dan nodig is en dan kan dit verkocht worden. Het huis van de vader is geen lemen hut met een rieten dak maar van steen met een dak van golfplaat. Om het huis staan vaak de huizen van de zoons die daar dan met hun gezin in wonen. Als er volwassen dochters zijn wonen die niet meer op het stuk land. Gelukkig heeft Rinty me van te voren een beetje verteld hoe bijvoorbeeld de begroeting gaat: eerst ga je op de aangeboden klapstoel zitten en dan wordt er pas begroet. De mannen, indien aanwezig, gaan ook op een stoeltje of bankje zitten terwijl de vrouwen op een mat op de grond gaan zitten. Rinty krijgt als gast wel een stoel aangeboden.
Rinty vraagt Theresa hoe het allemaal gaat en hoe het met de medicijnen voor de pijn gaat. Amos, Rinty's vast Boba-man vertaalt. Al kan Rinty wel wat van de taal verstaan en spreken, voor dit soort gesprekken is een vertaler onontbeerlijk. Op een gegeven moment komt de oudste zoon des huizes er ook bij, het gesprek komt op het probleem van Theresa dat ze haar plas niet meer kan ophouden. Hierdoor komt ze niet meer buiten het eigen stukje land en dreigt ze in een sociaal isolement te raken. Het praat allemaal ongemakkelijk, ik zelf loop wat over het terrein rond om foto's te maken en hoor het van een afstand, vrouwenproblemen bespreken met mannen. Maar het is geen optie dat bijvoorbeeld een van de schoondochters die ook op het land wonen het van de zoon overneemt. Rinty stelt voor om de volgende keer een katheter mee te nemen zodat Theresa weer bij familie en vrienden op bezoek kan. Nee, dat vindt de zoon geen goed idee. Hij moet er niet aan denken dat hij (!!!) een slangetje in zich krijgt. Nee, sufferd! Het is voor je moeder. Het lukt Rinty niet hem daarvan te overtuigen. Bij een volgend bezoek maar weer proberen, hospicezorg is soms ook inpraten op familie om de juiste zorg bij de patiënt te krijgen.
Multifunctionele Maxicosi
Multifunctionele Maxicosi

Terwijl Rinty met de patiënt bezig is loop ik wat op de 'compound' rond en maak foto's. Rinty, maar ook de andere mensen van het hospice waar ik mee op stap ben geweest, hebben van te voren uitgelegd wie ik en Rian zijn. En waarom ik foto's maak. De foto's zullen voor het promoten van het werk van het hospice gebruikt gaan worden. En als een patiënt overlijdt, hetgeen bij vrijwel alle patiënten het geval is, dan krijgt de familie vaak een foto van de overledene. Ik maak daarom ook veel portretfoto's.


De meeste kinderen vinden mij als mzungu best interessant. En dan ook nog één met een fotocamera. Spannend. Soms zo spannend dat een kind bij het zien van zo'n grote mzungu spontaan in huilen uitbarst. Overigens voor mij een niet geheel onbekend effect.

Als Rinty klaar is bij Theresa stappen we op de Boba, zwaaien nog een keer en gaan naar de volgende patiënt, Juliana. Juliana is een oude vrouw van 89 jaar. Voor Oegandezen is dit stokoud. Ze woont bij haar oudste zoon die ambtenaar is geweest. Hij heeft een mooi huis kunnen bouwen en Juliana wordt goed verzorgd. Achter het huis staan nog wat oude hutten, alles ziet er netjes uit. Graan wordt met een vijzel gekneusd en daarna gezeefd. Prachtige plaatjes van het leven van de gewone Oegandees. Net voor Rinty klaar is moeten we naar binnen want het begint te regenen. Niet een beetje maar het komt met bakken tegelijk naar beneden. Meer dan een uur stort het, we zitten gelukkig droog en op een comfortabele bank. De Boba-mannen mogen ook binnenkomen. Op een gegeven moment liggen de Boba-mannen en de zoon te slapen, terwijl Juliana nog vrolijk om zich heen kijkt. Ze kan nog wel een paar jaartjes mee, al hoeft het van haar niet meer zo. Bijna 90 jaar is lang genoeg.

Gelukkig houdt de regen ook een keer op. Volgens Rinty regent het in deze tijd van het jaar rond Tororo nooit. Heb ik weer; een uitzondering. We kunnen naar de volgende patiënt, Sarah. Wat ons daar overkomt hadden zelfs Rinty en Amos niet verwacht.

Hospice Tororo: RESPECT!

Noot: alle foto's van patienten en hun leefomgeving in mijn blogs zijn met toestemming van deze mensen gemaakt. Ook voor de foto's gemaakt in het ziekenhuis is toestemming gegeven. Er zijn zelfs mensen die vragen of je een foto van ze wil maken.
De eerste dag Hospice Tororo. Ik kan mee het veld in, op huisbezoek. Op de planning staan 12 bezoeken. Dat is veel voor één dag. Dus in plaats van met twee mensen samen te reizen worden de bezoeken in tweeën gedeeld. Rian en ik gaan ieder met een van de verpleegkundigen mee, om niet te veel het idee te geven van twee blanken die "aapjes" komen kijken. Het woord verpleegkundige wil ik direct even nuanceren. Het werk wat deze mensen doen ontstijgt heel erg hetgeen ik bij een verpleegkundige voor ogen heb. Mogelijk een heel verkeerd beeld maar deze mensen zijn volgens mij halve als het geen hele dokters zijn. De palliatieve zorg ("het verbeteren van de kwaliteit van leven voor mensen die een levensverkortende ziekte hebben") wat de hoofdtaak van het Hospice Tororo is, gaat veel verder dan pijn bestrijden of wondverzorging. De mensen helpen ook bij diagnose van ziekten en adviseren van doktoren. En er is een sociaal plan waarover in een later blog meer.
Op de Boba-Boba
Op de Boba-Boba



Ik ga met Rinty mee terwijl Rian Faith op de Boba-Boba volgt. Ik weet niet hoe Rian de dag ervaren heeft, daar zal ze mogelijk zelf wel over bloggen, maar voor mij geldt dat ik na vandaag heel veel RESPECT heb voor het werk van Rinty en het team. Respect is het woord wat past bij een week Hospice Tororo. Ik zal proberen in de komende blogs duidelijk te maken waar dit respect vandaan komt. Ik heb inmiddels wel gemerkt dat het schrijven van deze blogserie wel even even andere koek dan een zakenreis naar Canada.
Zoals gezegd worden de twaalf patiënt verdeeld in twee routes. Op de agenda staat een nieuwe patiënt die door Rinty gezien moet worden. Deze meneer komt naar een andere patiënt toe, de andere vier patiënten op de route worden hier omheen gepland. Dit gebeurd niet met een kaart maar gewoon uit het hoofd door de hospice verpleegkundige Pauline. Al een aantal jaar maakt het hospice gebruik van een vaste Boba-man, Amos. Amos is een grote vriendelijke Oegandees die een kei is in het veilig vinden van de patiënten. Behalve rijder is Amos voor Rinty ook de vertaler. Amos regelt ook dat eventueel andere Boba's ingehuurd worden. Hij is dus een beetje Hoofd Transport en zeker lid van het team.

.

Amos bepaald op basis van zijn ervaring ook de route. Omdat er regen wordt verwacht heeft hij bepaald dat we eerst een natter deel van de route rijden. Als het dan gaat regenen dan hebben we dat alvast gehad. Blijkbaar beschikt hij over voorspellende gave. Bij het tweede bezoek giet het een uur lang. Gelukkig kunnen we daar binnen in een goed huis schuilen. Voor een lange route zoals vandaag krijgt een Boba-man UGX 30000,=, zo'n € 8,75. Geen wereldbedrag maar het is wel zeker geld. Als een Boba-man, ik heb nergens vrouwen als berijdster gezien, een dag afhankelijk is van losse ritten kan hij meer verdienen maar ook makkelijk veel minder

Ik zit achterop bij Sunday, we beginnen aan een ogenschijnlijk gewone hospice dag in het veld. Maar niets is in Oeganda wat het lijkt, ook deze dag niet.

donderdag 6 februari 2014

Veilig?!

Laat ik deze blog beginnen met te melden dat ik mee in de veertien dagen in Oeganda geen moment onveilig heb gevoeld. Al was de eerste keer op de markt in Jinja wel even confronterend. Heel druk, mensen die allemaal onduidelijke dingen naar je roepen, dat was even minder prettig. Maar toen ik een week later op dezelfde markt rondliep had al een zekere gewenning plaatsgevonden. En de keer dat we over straat liepen en een jongen in het luganda (lokale taal) riep dat hij wel wat uit onze tas kon pikken. Hij had er even geen rekening mee gehouden dat Rinty de taal verstaat. Dat was voor hem even schrikken.

 

Waarom dan toch een blog over veiligheid? Omdat beveiliging een grote werkgever is in Oeganda. Overal kom je bewakers tegen. Op stategische punten in het land, zoals bruggen, staan soldaten en politieagenten. De hele dag hangen ze een beetje rond en houden af en toe een auto aan. Dat hierbij volstrekt willekeurig bekeuringen worden uitgeschreven is algemeen bekend. En de boete wel even direct afrekenen. Verdienen de mannen nog wat bij. Is blijkbaar nodig want de lonen van de agenten ligt behoorlijk laag. En dan worden ze ook nog gehuisvest in hete ijzeren huisjes. Dat zal best warm zijn.

 

Langst de weg zie je regelmatig agenten in witte pakken, de verkeerspolitie. Ook die verdienen bij door het aanhouden van auto's. Wij zijn in de twee weken slechts 1 keer aangehouden, zonder de portemonnee te hoeven trekken. Dat viel weer mee. In de stad moet je bij iedere supermarkt langst een bewapende, vaak piepjonge (althans zo zien ze er uit) man. Om een geweer, in veel soorten beschikbaar, te mogen dragen hebben ze wel een opleiding van zes maanden gevolgd. Dus ze zullen wel iets kunnen, ze stralen het alleen niet uit. Bij banken kom je alleen binnen als je gecontroleerd bent met een handscanner. Wordt een beetje om je heen gezwaaid en dan kun je doorlopen.

Bij grote hotels of restaurants, waar de middenklas Oegandees en Bzungu komen is het terrein afgesloten met een poort. Daar kom je niet zomaar binnen. Vriendelijk wordt je beoordeeld op je terroristische gehalte. Er is ons zelf een paar keer gevraagd of we een bom bij ons hadden. We lachen vriendelijk en kunnen ook op een glimlach van de bewaker rekenen. Na de aanslagen in Kenia is beveiliging een serieuze business. Een hoop mensen kunnen er een boterham of bord pap mee verdienen. Als kom je deze mensen overal tegen, beklemmend wordt het nooit.

Ook Alex en Rinty hebben een bewaker, Fred genaamd bij hun huis in Jinja rondlopen. Niet omdat er veel te halen is, meer om mensen met mogelijk slechte ideeën af te schrikken. Fred slaapt veel overdag om 's avonds en 's nachts met de drie honden, Jade, Megan en Drop de wacht te houden. Komt Rinty of Alex 's avonds thuis dan opent hij de poort zodat ze niet de auto uit hoeven. Best wel een veilig gevoel.

Dat het werk van Fred niet zonder risico is bleek helaas toen we al weer een week thuis waren. In de laatste week van ons bezoek zijn Rinty en Alex verhuisd. Van een huis aan de Nijl naar een huis aan de andere kant van de Nijl. Omdat het oude huis naast een weg en brug in aanleg ligt, zou Fred een aantal dagen nog achter blijven. Zo kan hij er voor zorgen dat het huis niet helemaal leeg gesloopt wordt. De huiseigenaar wil de bruikbare spullen er zelf nog uit halen. De drie honden gaan alvast als bewakers mee naar het nieuwe huis. Zonder honden is Fred 's nachts bij het huis overvallen, in elkaar geslagen en voor dood achtergelaten in een kuil, afgedekt met bouwafval. Gelukkig is hij snel gevonden en bleken de verwondingen achteraf mee te vallen, een hersenschudding en wat hoofdwonden. Of hij hierna nog zijn werk in het nieuwe huis, gesteund door de lieve honden die echt wel aanvallen bij ongenode gasten, kan doen zal de tijd moeten leren. Gelukkig heeft hij de daders herkend hij die vrijwel meteen opgepakt zijn. Triest is dat het hoge pieten zijn die het bouwterrein naast het oude huis bewaken. Ze hebben dus geweten dat de honden er niet waren en hebben daarom toegeslagen. Laf!!!


Drop
Drop

Hoop dat Fred weer snel beter is en samen met de honden weer aan het werk kan. Voor hem fijn maar ook voor Alex en Rinty.

 

Megan, is ergens voor allergisch voor
Megan, is ergens voor allergisch voor
Jade
Jade

 

dinsdag 4 februari 2014

Oegandezen levensmoe?

De vorige blog ben ik in de botanische tuin van Entebbe geeindigd. Het is tijd voor de volgende stap in de Africa Experience, op naar Jinja. Een reis van ongeveer 3-4 uur inclusief pauzes. En die pauzes heeft de chauffeur zeker wel nodig. Natuurlijk moet je in Nederland ook goed opletten met autorijden maar daar kom je zelden geiten op de snelweg tegen. In Oeganda dus wel, maar die geiten zijn niet het grootste probleem.

Boba-Boba standplaats
Boba-Boba standplaats

Laat ik beginnen met wat je hier zoal op de weg tegenkomt. Natuurlijk, waar kom je die niet tegen, de P.C.Hoofttrekkers, grote landroverachtige auto's bestuurd door machos die denken dat de weg van hun is. De tweede groep zijn de vrachtwagens. De route die we vandaag maar ook later naar Tororo volgen is de hoofdweg van de havens in Kenia naar Kampala en verder richting Congo. APK lijkt hier ogenschijnlijk niet van toepassing. We komen dus nogal wat oude barrels tegen. De weg loopt soms door heuvelachtig terrein en daar hebben de zware vrachtwagens best wel moeite mee. Gevolg is veel inhalen op de doorgaans eenbaans weg. De derde groep is de groep middenklas Oegandesen die het zich kunnen veroorloven om een auto te kopen en te rijden. De benzine heeft hier Nederlandse prijzen. Deze groep is het minst gevaarlijk. Ze hebben immers hard moeten werken om hun auto te kunnen kopen.

Druk, druk, druk
Druk, druk, druk

Griezelig wordt het met groep vier: taxibusjes. Dit zijn busjes, waar we in Nederland maximaal negen personen mee vervoeren, waarin veertien mensen tegelijk meegenomen worden. Waarvan dan minstens drie kinderen. Maar een passagier is geld dus twintig mensen in een busje is geen punt. Dat het dan niet prettig voor deze haringen in een ton is is duidelijk maar daar heb je als andere weggebruiker geen last van. Het is de manier van rijden van deze chauffeurs waar je last van hebt. Ook zij denken dat de weg van hun is. En daar hebben we al een groep machos rondracen. Dat is vragen om problemen. Op zich is het idee van de taxibusjes best wel aardig. Het is een soort openbaar vervoer waarmee je van plaats naar plaats gaat. Wil je halverwege eruit, geen punt even melden en bij een gehucht langst de weg wordt gestopt. Daar staan meestal weer andere klanten klaar die mee willen. Even toeteren dat je je medeweggebruiker van de weg wilt duwen, en verder met de race. Toet, toet, opzij ik kom voorbij! Ik rij zelf niet maar ben soms wel aan het meeremmen. Deze chauffeurs hebben echt een hekel aan het leven en willen blijkbaar zo snel mogelijk hier van de aarde weg. Niet voor niets is de doodsoorzaak in Oeganda niet hiv of kanker maar het verkeer.

Een zwerm van verkopers
Een zwerm van verkopers

De vijfde groep die gebruikmaakt van het asfalt, met veel kuilen, hobbels en spoorvorming, zijn de Boba-Boba motors (merk Bajaj, 100 cc.). Dit is ook een taxidienst, veelal binnen een stad of tussen één of twee plaatsen. Je gaat langst de weg staan en steekt je hand op als een Boba-Boba voorbijkomt. De Boba-Boba toeteren ook als ze je mee willen nemen. Je kunt ook naar een Boba-Boba-verzamelpunt toegaan. Op de rijksweg kom je deze motors meestal aan de kant tegen. In de stad vliegen ze links, rechts, onder en boven voorbij. Soms wel met twee en ik heb er zelf met drie passagiers gezien. Of met een hele vracht spullen.

In de zesde groep zet ik de fietsers en de voetgangers bij elkaar. De fietsers vervoeren spullen maar worden ook wel eens als een trage Boba-Boba ingezet. Fietsen aan de kant van de weg of in de berm. In die berm lopen ook de voetgangers. Bijna overal, ook als er geen dorp in de beurt is, kom je ze wel tegen. En die steken dus ook wel eens over, ook op momenten dat het verstandiger zou zijn het niet te doen.

Een groep echte idioten zijn de lijnbussen. Grote touringcars die het internationale personenvervoer over de weg verzorgen. Als ze in tijdnood zijn kun je beter aan de kant gaan als ze eraan komen. Ze rammen echt door. Het recht van de sterkste laten ze duidelijk gelden. Gelukkig komen we ze nauwelijks tegen.

De laatste groep zijn de dieren. Geiten, koeien en af en toe een baviaan. Het loopt, staat of zit naast of op de weg. En kijken ook al niet uit bij het oversteken.

En tussen deze verzameling weggebruikers proberen we heelhuids in Jinja te komen. Aangezien ik deze blog nu nog kan schrijven is dat dus gelukt.

O, ja als het donker wordt wordt je nog minder blij. Het gekkenhuis wat ze verkeer noemen wordt met minstens factor drie vermenigvuldigd. Geen licht (fietsers en Boba's) of veel te veel licht (vrachtwagens) wordt dan bijna de standaard.

Landschap onderweg: suikerriet
Landschap onderweg: suikerriet

 

 

Oerwoud
Oerwoud
Theeplantage
Theeplantage

 

zondag 2 februari 2014

Afrika, de tweede eerste indruk

Half 7 zondagmorgen, het is buiten donker. Maar de natuur is al volop te horen. Allerlei vogels kondigen een nieuwe dag aan. Nog geen kwartier later is het licht, alsof ze een lichtknopje ergens omzetten. Hetzelfde knopje wordt overigens rond 7 uur 's avonds ook weer gebruikt om het licht uit te doen. Het motel ontwaakt ook. De bewaker heeft zijn dienst van zes uur 's avonds tot 7 uur 's morgen erop zitten. Hij wordt afgelost door een dagwaker, ook met karabijn. Ik kijk buiten de poort en zie Afrika bij daglicht.

De eerste blik op Afrika bij daglicht
De eerste blik op Afrika bij daglicht

Laat ik dat maar als (tweede) eerste indruk vasthouden. Roodbruine weg, hoge bomen en hier en daar een huis. Niet echte lemen hutten, maar dit plaatje begint al behoorlijk te kloppen. Na het ontbijt gaan we richting de botanische tuin van Entebbe. "Kun je rustig wennen aan Afrika". In een groot parkachtig terrein staat een bonte verzameling van in- en uitheemse bomen en struiken. Soms heel saai en dan weer uitbundig.

Ik laat dit keer de foto's voor zich spreken.

 

 

Bakbananen, niet om zo te eten
Bakbananen, niet om zo te eten
Aan de oever van het Victoriameer
Aan de oever van het Victoriameer