zaterdag 8 februari 2014

Hospice Tororo: RESPECT!

Noot: alle foto's van patienten en hun leefomgeving in mijn blogs zijn met toestemming van deze mensen gemaakt. Ook voor de foto's gemaakt in het ziekenhuis is toestemming gegeven. Er zijn zelfs mensen die vragen of je een foto van ze wil maken.
De eerste dag Hospice Tororo. Ik kan mee het veld in, op huisbezoek. Op de planning staan 12 bezoeken. Dat is veel voor één dag. Dus in plaats van met twee mensen samen te reizen worden de bezoeken in tweeën gedeeld. Rian en ik gaan ieder met een van de verpleegkundigen mee, om niet te veel het idee te geven van twee blanken die "aapjes" komen kijken. Het woord verpleegkundige wil ik direct even nuanceren. Het werk wat deze mensen doen ontstijgt heel erg hetgeen ik bij een verpleegkundige voor ogen heb. Mogelijk een heel verkeerd beeld maar deze mensen zijn volgens mij halve als het geen hele dokters zijn. De palliatieve zorg ("het verbeteren van de kwaliteit van leven voor mensen die een levensverkortende ziekte hebben") wat de hoofdtaak van het Hospice Tororo is, gaat veel verder dan pijn bestrijden of wondverzorging. De mensen helpen ook bij diagnose van ziekten en adviseren van doktoren. En er is een sociaal plan waarover in een later blog meer.
Op de Boba-Boba
Op de Boba-Boba



Ik ga met Rinty mee terwijl Rian Faith op de Boba-Boba volgt. Ik weet niet hoe Rian de dag ervaren heeft, daar zal ze mogelijk zelf wel over bloggen, maar voor mij geldt dat ik na vandaag heel veel RESPECT heb voor het werk van Rinty en het team. Respect is het woord wat past bij een week Hospice Tororo. Ik zal proberen in de komende blogs duidelijk te maken waar dit respect vandaan komt. Ik heb inmiddels wel gemerkt dat het schrijven van deze blogserie wel even even andere koek dan een zakenreis naar Canada.
Zoals gezegd worden de twaalf patiënt verdeeld in twee routes. Op de agenda staat een nieuwe patiënt die door Rinty gezien moet worden. Deze meneer komt naar een andere patiënt toe, de andere vier patiënten op de route worden hier omheen gepland. Dit gebeurd niet met een kaart maar gewoon uit het hoofd door de hospice verpleegkundige Pauline. Al een aantal jaar maakt het hospice gebruik van een vaste Boba-man, Amos. Amos is een grote vriendelijke Oegandees die een kei is in het veilig vinden van de patiënten. Behalve rijder is Amos voor Rinty ook de vertaler. Amos regelt ook dat eventueel andere Boba's ingehuurd worden. Hij is dus een beetje Hoofd Transport en zeker lid van het team.

.

Amos bepaald op basis van zijn ervaring ook de route. Omdat er regen wordt verwacht heeft hij bepaald dat we eerst een natter deel van de route rijden. Als het dan gaat regenen dan hebben we dat alvast gehad. Blijkbaar beschikt hij over voorspellende gave. Bij het tweede bezoek giet het een uur lang. Gelukkig kunnen we daar binnen in een goed huis schuilen. Voor een lange route zoals vandaag krijgt een Boba-man UGX 30000,=, zo'n € 8,75. Geen wereldbedrag maar het is wel zeker geld. Als een Boba-man, ik heb nergens vrouwen als berijdster gezien, een dag afhankelijk is van losse ritten kan hij meer verdienen maar ook makkelijk veel minder

Ik zit achterop bij Sunday, we beginnen aan een ogenschijnlijk gewone hospice dag in het veld. Maar niets is in Oeganda wat het lijkt, ook deze dag niet.

donderdag 6 februari 2014

Veilig?!

Laat ik deze blog beginnen met te melden dat ik mee in de veertien dagen in Oeganda geen moment onveilig heb gevoeld. Al was de eerste keer op de markt in Jinja wel even confronterend. Heel druk, mensen die allemaal onduidelijke dingen naar je roepen, dat was even minder prettig. Maar toen ik een week later op dezelfde markt rondliep had al een zekere gewenning plaatsgevonden. En de keer dat we over straat liepen en een jongen in het luganda (lokale taal) riep dat hij wel wat uit onze tas kon pikken. Hij had er even geen rekening mee gehouden dat Rinty de taal verstaat. Dat was voor hem even schrikken.

 

Waarom dan toch een blog over veiligheid? Omdat beveiliging een grote werkgever is in Oeganda. Overal kom je bewakers tegen. Op stategische punten in het land, zoals bruggen, staan soldaten en politieagenten. De hele dag hangen ze een beetje rond en houden af en toe een auto aan. Dat hierbij volstrekt willekeurig bekeuringen worden uitgeschreven is algemeen bekend. En de boete wel even direct afrekenen. Verdienen de mannen nog wat bij. Is blijkbaar nodig want de lonen van de agenten ligt behoorlijk laag. En dan worden ze ook nog gehuisvest in hete ijzeren huisjes. Dat zal best warm zijn.

 

Langst de weg zie je regelmatig agenten in witte pakken, de verkeerspolitie. Ook die verdienen bij door het aanhouden van auto's. Wij zijn in de twee weken slechts 1 keer aangehouden, zonder de portemonnee te hoeven trekken. Dat viel weer mee. In de stad moet je bij iedere supermarkt langst een bewapende, vaak piepjonge (althans zo zien ze er uit) man. Om een geweer, in veel soorten beschikbaar, te mogen dragen hebben ze wel een opleiding van zes maanden gevolgd. Dus ze zullen wel iets kunnen, ze stralen het alleen niet uit. Bij banken kom je alleen binnen als je gecontroleerd bent met een handscanner. Wordt een beetje om je heen gezwaaid en dan kun je doorlopen.

Bij grote hotels of restaurants, waar de middenklas Oegandees en Bzungu komen is het terrein afgesloten met een poort. Daar kom je niet zomaar binnen. Vriendelijk wordt je beoordeeld op je terroristische gehalte. Er is ons zelf een paar keer gevraagd of we een bom bij ons hadden. We lachen vriendelijk en kunnen ook op een glimlach van de bewaker rekenen. Na de aanslagen in Kenia is beveiliging een serieuze business. Een hoop mensen kunnen er een boterham of bord pap mee verdienen. Als kom je deze mensen overal tegen, beklemmend wordt het nooit.

Ook Alex en Rinty hebben een bewaker, Fred genaamd bij hun huis in Jinja rondlopen. Niet omdat er veel te halen is, meer om mensen met mogelijk slechte ideeën af te schrikken. Fred slaapt veel overdag om 's avonds en 's nachts met de drie honden, Jade, Megan en Drop de wacht te houden. Komt Rinty of Alex 's avonds thuis dan opent hij de poort zodat ze niet de auto uit hoeven. Best wel een veilig gevoel.

Dat het werk van Fred niet zonder risico is bleek helaas toen we al weer een week thuis waren. In de laatste week van ons bezoek zijn Rinty en Alex verhuisd. Van een huis aan de Nijl naar een huis aan de andere kant van de Nijl. Omdat het oude huis naast een weg en brug in aanleg ligt, zou Fred een aantal dagen nog achter blijven. Zo kan hij er voor zorgen dat het huis niet helemaal leeg gesloopt wordt. De huiseigenaar wil de bruikbare spullen er zelf nog uit halen. De drie honden gaan alvast als bewakers mee naar het nieuwe huis. Zonder honden is Fred 's nachts bij het huis overvallen, in elkaar geslagen en voor dood achtergelaten in een kuil, afgedekt met bouwafval. Gelukkig is hij snel gevonden en bleken de verwondingen achteraf mee te vallen, een hersenschudding en wat hoofdwonden. Of hij hierna nog zijn werk in het nieuwe huis, gesteund door de lieve honden die echt wel aanvallen bij ongenode gasten, kan doen zal de tijd moeten leren. Gelukkig heeft hij de daders herkend hij die vrijwel meteen opgepakt zijn. Triest is dat het hoge pieten zijn die het bouwterrein naast het oude huis bewaken. Ze hebben dus geweten dat de honden er niet waren en hebben daarom toegeslagen. Laf!!!


Drop
Drop

Hoop dat Fred weer snel beter is en samen met de honden weer aan het werk kan. Voor hem fijn maar ook voor Alex en Rinty.

 

Megan, is ergens voor allergisch voor
Megan, is ergens voor allergisch voor
Jade
Jade

 

dinsdag 4 februari 2014

Oegandezen levensmoe?

De vorige blog ben ik in de botanische tuin van Entebbe geeindigd. Het is tijd voor de volgende stap in de Africa Experience, op naar Jinja. Een reis van ongeveer 3-4 uur inclusief pauzes. En die pauzes heeft de chauffeur zeker wel nodig. Natuurlijk moet je in Nederland ook goed opletten met autorijden maar daar kom je zelden geiten op de snelweg tegen. In Oeganda dus wel, maar die geiten zijn niet het grootste probleem.

Boba-Boba standplaats
Boba-Boba standplaats

Laat ik beginnen met wat je hier zoal op de weg tegenkomt. Natuurlijk, waar kom je die niet tegen, de P.C.Hoofttrekkers, grote landroverachtige auto's bestuurd door machos die denken dat de weg van hun is. De tweede groep zijn de vrachtwagens. De route die we vandaag maar ook later naar Tororo volgen is de hoofdweg van de havens in Kenia naar Kampala en verder richting Congo. APK lijkt hier ogenschijnlijk niet van toepassing. We komen dus nogal wat oude barrels tegen. De weg loopt soms door heuvelachtig terrein en daar hebben de zware vrachtwagens best wel moeite mee. Gevolg is veel inhalen op de doorgaans eenbaans weg. De derde groep is de groep middenklas Oegandesen die het zich kunnen veroorloven om een auto te kopen en te rijden. De benzine heeft hier Nederlandse prijzen. Deze groep is het minst gevaarlijk. Ze hebben immers hard moeten werken om hun auto te kunnen kopen.

Druk, druk, druk
Druk, druk, druk

Griezelig wordt het met groep vier: taxibusjes. Dit zijn busjes, waar we in Nederland maximaal negen personen mee vervoeren, waarin veertien mensen tegelijk meegenomen worden. Waarvan dan minstens drie kinderen. Maar een passagier is geld dus twintig mensen in een busje is geen punt. Dat het dan niet prettig voor deze haringen in een ton is is duidelijk maar daar heb je als andere weggebruiker geen last van. Het is de manier van rijden van deze chauffeurs waar je last van hebt. Ook zij denken dat de weg van hun is. En daar hebben we al een groep machos rondracen. Dat is vragen om problemen. Op zich is het idee van de taxibusjes best wel aardig. Het is een soort openbaar vervoer waarmee je van plaats naar plaats gaat. Wil je halverwege eruit, geen punt even melden en bij een gehucht langst de weg wordt gestopt. Daar staan meestal weer andere klanten klaar die mee willen. Even toeteren dat je je medeweggebruiker van de weg wilt duwen, en verder met de race. Toet, toet, opzij ik kom voorbij! Ik rij zelf niet maar ben soms wel aan het meeremmen. Deze chauffeurs hebben echt een hekel aan het leven en willen blijkbaar zo snel mogelijk hier van de aarde weg. Niet voor niets is de doodsoorzaak in Oeganda niet hiv of kanker maar het verkeer.

Een zwerm van verkopers
Een zwerm van verkopers

De vijfde groep die gebruikmaakt van het asfalt, met veel kuilen, hobbels en spoorvorming, zijn de Boba-Boba motors (merk Bajaj, 100 cc.). Dit is ook een taxidienst, veelal binnen een stad of tussen één of twee plaatsen. Je gaat langst de weg staan en steekt je hand op als een Boba-Boba voorbijkomt. De Boba-Boba toeteren ook als ze je mee willen nemen. Je kunt ook naar een Boba-Boba-verzamelpunt toegaan. Op de rijksweg kom je deze motors meestal aan de kant tegen. In de stad vliegen ze links, rechts, onder en boven voorbij. Soms wel met twee en ik heb er zelf met drie passagiers gezien. Of met een hele vracht spullen.

In de zesde groep zet ik de fietsers en de voetgangers bij elkaar. De fietsers vervoeren spullen maar worden ook wel eens als een trage Boba-Boba ingezet. Fietsen aan de kant van de weg of in de berm. In die berm lopen ook de voetgangers. Bijna overal, ook als er geen dorp in de beurt is, kom je ze wel tegen. En die steken dus ook wel eens over, ook op momenten dat het verstandiger zou zijn het niet te doen.

Een groep echte idioten zijn de lijnbussen. Grote touringcars die het internationale personenvervoer over de weg verzorgen. Als ze in tijdnood zijn kun je beter aan de kant gaan als ze eraan komen. Ze rammen echt door. Het recht van de sterkste laten ze duidelijk gelden. Gelukkig komen we ze nauwelijks tegen.

De laatste groep zijn de dieren. Geiten, koeien en af en toe een baviaan. Het loopt, staat of zit naast of op de weg. En kijken ook al niet uit bij het oversteken.

En tussen deze verzameling weggebruikers proberen we heelhuids in Jinja te komen. Aangezien ik deze blog nu nog kan schrijven is dat dus gelukt.

O, ja als het donker wordt wordt je nog minder blij. Het gekkenhuis wat ze verkeer noemen wordt met minstens factor drie vermenigvuldigd. Geen licht (fietsers en Boba's) of veel te veel licht (vrachtwagens) wordt dan bijna de standaard.

Landschap onderweg: suikerriet
Landschap onderweg: suikerriet

 

 

Oerwoud
Oerwoud
Theeplantage
Theeplantage

 

zondag 2 februari 2014

Afrika, de tweede eerste indruk

Half 7 zondagmorgen, het is buiten donker. Maar de natuur is al volop te horen. Allerlei vogels kondigen een nieuwe dag aan. Nog geen kwartier later is het licht, alsof ze een lichtknopje ergens omzetten. Hetzelfde knopje wordt overigens rond 7 uur 's avonds ook weer gebruikt om het licht uit te doen. Het motel ontwaakt ook. De bewaker heeft zijn dienst van zes uur 's avonds tot 7 uur 's morgen erop zitten. Hij wordt afgelost door een dagwaker, ook met karabijn. Ik kijk buiten de poort en zie Afrika bij daglicht.

De eerste blik op Afrika bij daglicht
De eerste blik op Afrika bij daglicht

Laat ik dat maar als (tweede) eerste indruk vasthouden. Roodbruine weg, hoge bomen en hier en daar een huis. Niet echte lemen hutten, maar dit plaatje begint al behoorlijk te kloppen. Na het ontbijt gaan we richting de botanische tuin van Entebbe. "Kun je rustig wennen aan Afrika". In een groot parkachtig terrein staat een bonte verzameling van in- en uitheemse bomen en struiken. Soms heel saai en dan weer uitbundig.

Ik laat dit keer de foto's voor zich spreken.

 

 

Bakbananen, niet om zo te eten
Bakbananen, niet om zo te eten
Aan de oever van het Victoriameer
Aan de oever van het Victoriameer

 

woensdag 22 januari 2014

Afrika: de eerste indruk

Je krijgt nooit een tweede kans voor een eerste indruk. Als ik dan uitsluitend mijn mening over Oeganda op basis van de eerste indruk moet geven, dan is dat niet helemaal positief.

Dat vraagt natuurlijk om wat uitleg. Na een voorspoedige vlucht verlaten we het vliegtuig met een trap. We komen hierdoor dus direct naast een naronkende motor op het platform terecht. De geuren die ik toen naar binnen snoof, wat er nog te snuiven viel de helft van mijn neus is na een langere vliegreis verstopt, daar was niets Afrikaans bij. Kerosinelucht wat je op ieder vliegveld kan ruiken. Nadat we bij de douane ons voor 50 USD het land ingekocht hebben, staan we dan echt op Oegandese bodem. We kunnen amper de naar buiten door de grote hoeveelheid taxichauffeurs die mensen van allerlei hotels komen ophalen. Eerste indruk: gevalletje jammer.

Het plezier van het weerzien met nicht Rinty is er niet minder om. Wat meteen opvalt is dat donker Afrika helemaal niet zo donker is. Althans niet hier. Op weg naar ons overnachtingshotel, het is immers door het tijdverschil al 11 uur s' avonds dus te laat om naar Jinja (waar het huis van Rinty en Alex staat) te reizen, is alles behoorlijk verlicht. Boven op de heuvel van Entebbe is het paleis van de president een baken van licht, tussen verder allemaal speldenprikjes van lampjes. Laat ik de eerste indruk dan iets verplaatsen naar het hotel: Sunset Motel. Nog voordat we op het terrein kunnen moeten we langst een gewapende nachtwaker. Het zal niet de eerste gewapende beveiliger zijn die ik tegen kom. Allervriendelijkst mannetje aan de receptie die uit verlegenheid of nederigheid een beetje moppelt. Soms lastig te volgen. Het Oegandese bier Bell is lekker en koud en de douche warm. En dan slapen onder de klamboe, morgen verder.

 

vrijdag 17 januari 2014

Hakuna Matata!

Mijn vorige blogserie begon ik ook op 10 kilometer hoogte. Ik vloog toen richting het Westen. Nu race ik met 140 kilometer per uur in een trein naar het Zuiden. Het is het eerste deel van een, naar ik hoop, bijzondere reis. Al weten de meeste bloglezers wel waar ik op weg naar toe ben, toch even voor degene die dat niet weten even een korte introductie.

 

Ik ben nu op weg naar Oeganda in Afrika. Samen met mijn zus Rian, Annemiek trekt het land helemaal niet, gaan we op visite bij Rinty, de dochter van Rian, mijn nichtje dus. Rinty werkt daar als coördinatrice in een hospice. Ze werkt al een jaar of vijf in dit Afrikaanse land. Vorig jaar september is ze met de Oegandees Alex getrouwd. Het bezoek zal niet het standaard toeristje spelen worden. De eerste week is het de bedoeling dat we meekijken hoe Rinty werkt. Daarbij worden ook mensen thuis bezocht. De tweede week, we blijven veertien dagen, staan andere activiteiten gepland. Is nog een verrassing voor ons, misschien voor Rinty die het regelt ook wel.

Bij de voorbereidingen van deze reis werd ik door iedereen die al in het land zijn geweest gewaarschuwd dat in Oeganda niets gaat zoals je denkt dat het gaat. En dat plannen ook niet echt hun sterkste punt is. Een beetje Hakuna Matata dus. Als je van te voren weet dat het niet gaat zoals je denk dat het gaat, dan is dus het gevolg dat je op voorhand al weet dat het anders gaat. Logisch (?) gevolg hieruit is dus dat je van tevoren al anders gaat denken. En dan worden je gedachten anders, met het gevolg dat het uiteindelijk zo gaat als dat je van het begin af eigenlijk bedacht had. Waarschijnlijk te simpel gedacht, maar toch maar even in gedachten houden. Ik zal het komende tijd mee maken.

Wat betreft de planning wordt deze reis ook bijzonder. Mijn vakanties, en dat is deze reis zeker ik ga daar geen vrijwilligerswerk doen, plan ik meestal altijd goed. Van te voren kijken wat er te zien is. Tripjes uitzoeken. Adressen in de navigatie doen. Kortom, goed voorbereid op reis. Nu zijn de voorbereidingen ook prima geweest. Prik, pillen, geld gehaald en tickets (laten) boeken maar daarbij hield het wel op. Wat verder in Oeganda gaat gebeuren? Ik laat me maar verrassen, ik heb dat dit keer niet onder controle. Het zal een groot avontuur worden. En daar wil ik jullie in de komende blogs van op de hoogte houden. Waarschijnlijk pas nadat ik terug ben, internet in Oeganda is waarschijnlijk niet overal zomaar beschikbaar. Maar als de gelegenheid zich voordoet laat ik eerder van mij horen.

 

zaterdag 7 december 2013

Terug

Volgens mij heb ik het al meer gezegd. Voor mij is het leuke aan reizen dat, hoe leuk het allemaal ook is, je op een gegeven moment ook weer naar huis gaat. Zo ook nu. De klant is op gang geholpen. We hebben nog een beetje Canada kunnen bekijken en nu weer terug naar huis. Hetgeen uiteindelijk nog 18 uur in beslag neemt.

The Rocky Mountains

 

Allereerst gaan we van Kelowna naar Vancouver. Het is de verkeerde kant op maar tijdtechnisch voordeliger dan via Calgary terug. We vliegen met een Bombardier, een vliegtuig met echte propellors. Het weer is nog prachtig en zo dus ook het uitzicht naar buiten. We vliegen over de Rocky Mountains en kunnen de bergtoppen bijna aanraken. Prachtig gezicht. Na veertig minuten landen we in Vancouver.

Vancouver International Airport

Alhoewel het een mooi vliegveld is, is vier uur wachten best wel lang. Het begin inmiddels buiten te schemeren als we uiteindelijk weer in de blauwe zwaan van de KLM huiswaarts keren. Het is een lange vlucht, zeker door de griep die vrijdag al bij mij begon op te spelen. Warm, koud, warm maar vooral koud wisselen elkaar tijdens de vlucht veelvuldig af. Van slapen komt niet veel. Maandagochtend half elf zetten we weer voet in eigen land. Nog even met de trein en dan weer lekker thuis. Griep in combinatie met de jetlag zorgen ervoor dat ik sinds jaren een paar dagen ziek thuis blijf.

Vancouver

 

Het was een week van vooral groot en intensief. Groot het land en de indrukken. Intensief met de klant bezig zijn. Prachtig om dit allemaal een keer mee te kunnen maken. Het was niet voor ons alleen een succes, ook de klant (inmiddels al weer menig keer aan de lijn gehad, we zijn nog niet klaar met ontwikkelen voor ze) heeft het als zeer nuttig en positief ervaren. Iedereen blij dus. En ik ben weer een ervaring rijker. Wie vijftien jaar geleden (liep ik nog met kisten vaste plantjes te slepen) tegen mij gezegd zou hebben dat ik voor mijn werk nog eens in Canada zou komen, had ik voor gek verklaard. Nu is het meer van kijken of we nog meer klanten daar binnen kunnen halen, dan kunnen we nog een keer!

 

Hiermee sluit ik mijn serie blogs over Canada af. Maar niet getreurd, of juist wel, binnenkort ben ik er weer. Dan ga ik acht uur vliegen naar het Zuiden, op familiebezoek in Uganda. Wie weet tot dan.

Naar huis